Ga naar de HomepageHier vindt u onze contactgegevens Even de weg kwijt? klik hier voor de sitemap       





















Co-infecties : Overigen

Hier behandelen we kort de mycoplasma's plus een aantal virussen die in verband worden gebracht met een tekenbeet.

1. Mycoplasma
Mycoplasma’s zijn bijzondere bacteriën omdat zij geen celwand hebben. Hierdoor zijn ze erg kwetsbaar. Er zijn meer dan 100 verschillende mycoplasma soorten bekend en het zijn ziekteverwekkers bij de mens, dieren en insecten. Het zijn de kleinste bacteriën die er zijn.
Gezonde personen kunnen deze bacteriën goed met hun eigen immuunsystemen bestrijden.
Wanneer besmetting plaats vindt bij mensen die al een verzwakt immuunsysteem hebben kunnen de verschijnselen ernstig zijn.

Zie ook:
http://www.rivm.nl/cib/infectieziekten/Mycoplasma_pneumoniae_infectie/Mycoplasma_pneumoniae_infectie.jsp 

http://whale.to/m/scott7.html MYCOPLASMA, The Linking Pathogen in Neurosystemic Diseases

http://www.shasta.com/cybermom/asimple.htm Mycoplasma overview

2. FSME of Tick-borne encephalitis
Het tick-borne encephalitisvirus (TBEV) kan hersenvliesontsteking bij de mens veroorzaken. Deze ziekte is ook wel bekend als Früh Sommer Meningo Encephalitis. Onderzoek van het RIVM heeft uitgewezen dat het TBE-virus vooralsnog niet in Nederlandse(!?!) teken te vinden is.

Frühsommer-Meningo-encephalitis, FSME is een virusinfectie die kan worden overgedragen door een tekenbeet. Het virus wordt direct na de beet overgebracht op de mens. Hierdoor kan een besmetting in geen van de gevallen meer worden voorkomen.
Het FSME virus is op dit moment nog niet geconstateerd in Nederland. Het komt wel veel voor in Europese vakantielanden, voornamelijk in het gebied ten oosten van Frankrijk tot aan Rusland.

In tegenstelling tot de ziekte van Lyme, bestaat er voor deze aandoening wèl een vaccin. In veel van de landen in bovengenoemd gebied wordt dan ook op grote schaal ingeënt. Gaat u voor langere tijd naar een van de risicogebieden (minimaal 4 weken) en verblijft u daarbij veelvuldig in de natuur, dan beveelt men in sommige gevallen een vaccinatie aan, Tekenencefalitis (FSMEimmun®). Dit is een serie van 3 vaccinaties die gedurende 3 jaar bescherming geeft. Meestal worden 2 vaccinaties voor de reis gegeven. Voor meer informatie over risicogebieden en aanbevolen vaccinaties kunt u terecht bij het LCR (Landelijk Centrum Reizigersadvisering) of een GGD arts reizigersadvisering. Adressen en telefoonnummer vindt u op www.lcr.nl.

Symptomen
Twee van de drie besmette mensen met FMSE merkt niets van de ziekte. Bij de overigen bestaat het ziektebeeld uit twee fasen.
Fase 1:
Deze fase kenmerkt zich door griepachtige verschijnselen, zoals koorts, misselijkheid en hoofdpijn. Deze klachten ontstaan één tot twee weken na de beet. De klachten houden 5 tot 10 dagen aan.
Fase 2:
Bij een deel van de patiënten ontwikkelt het ziektebeeld zich verder en wordt het centraal zenuwstelsel aangetast. In deze fase kan onder andere een ontsteking van het hersenweefsel en hersenvliesontsteking ontstaan. Tot bijna de helft van de patiënten houdt blijvend letsel over aan deze ziekte.
Behandeling
Is de ziekte eenmaal opgetreden, dan bestaat er geen behandeling meer tegen(antibiotica kunnen niet ingezet worden bij een virus). Alleen de symptomen kunnen worden behandeld.
In gebieden waar Frühsommer-Meningo-encephalitis veel voorkomt worden bewoners tegen deze ziekte ingeënt. Er bestaat geen overeenstemming over de vraag of het zinvol is om vakantiegangers in te enten. Een rol daarbij speelt dat de kans om na een tekenbeet Frühsommer-Meningo-encephalitis te krijgen zeer klein is en de besmetting van de teken plaatsgebonden is. Het vaccin FSME-Immun Inject, Baxter, is in Nederland geregistreerd. Het volledige inentingsprogramma neemt echter negen maanden in beslag. Er zijn onderzoeken gedaan met het vaccin van Chiron Behring waarbij versneld werd geïmmuniseerd, op dag 0, 7 en 21, waarbij op dag 21 reeds bij 99% van de patiënten de aanmaak van afweerstoffen tegen het virus kon worden aangetoond. Wie in warme maanden in het buitenland in een bosrijke omgeving vertoeft, kan zich het beste op de plaats van bestemming laten adviseren over de wenselijkheid van vaccinatie, bijvoorbeeld bij een apotheek, de VVV of een huisarts.(bron: Saag)

3. Parvo virus (vijfde ziekte)
De vijfde ziekte wordt veroorzaakt door infectie met parvovirus B19, meestal bij kinderen. In een vroeg stadium is de ziekte erg besmettelijk. Typerend is de rode huiduitslag op de wang of het gezicht en soms ook op de armen, benen en lijf. In voorkomende gevallen gaat dit gepaard met jeuk.

Dit virus infecteert alleen mensen. Er zijn meer parvovirussen, maar die komen alleen bij dieren voor. Dieren kunnen dus geen mensen besmetten met parvovirussen en andersom kan dat ook niet.

Bij een volwassene, die besmet is geraakt met parvovirus B19 en niet immuun is, kan ook gewrichtspijn of zwelling aan de gewrichten voorkomen, of beide. Meestal aan handen, polsen en knieen. Ongeveer 50% van alle volwassenen zijn echter immuun voor het virus.
http://pathmicro.med.sc.edu/mayer/ricketsia.htm  

 



© Copyright Stichting Tekenbeetziekten 2006 - 2012 | Supported by