Meer onderzoek nodig naar chronische lyme en co-infecties

Toelichting: Dit overzichtsartikel bespreekt de problemen bij diagnose van chronische Lyme en co-infecties, toegesneden op de Europese situatie. Het betreft hier niet alleen tekenbeet co-infecties, maar ook infecties die op een andere manier kunnen worden overgedragen en waarvan de symptomen kunnen overlappen met die van Lyme. Deze co-infecties (die tijdens, voor of na de tekenbeet opgelopen zijn) en Lyme kunnen elkaars effect versterken en de behandeling bemoeilijken.

Bij vooral chronische Lyme patiënten wordt een hoog percentage besmettingen met co-infecties waargenomen. Wat het belang hiervan is voor het ziekteproces is vaak onduidelijk, omdat diagnose van co-infecties onbetrouwbaar is en meestal achterwege blijft. Er zijn overeenkomsten met Lyme zoals een sterke overlap in symptomen, onderdrukking van het afweersysteem, mogelijkheid van multi-systeemziekte en chronische infectie, gebrekkige kennis van het ziekteproces in het algemeen, gebrek aan betrouwbare diagnostische tests en ontbreken van goede behandelingsrichtlijnen.

Bij de diagnose van Lymeziekte is het klinisch van belang om rekening te houden met Bartonella, Yersinia enterocolitica, Chlamydophila pneumoniae, Chlamydia trachomatis en Mycoplasma pneumoniae. De tekenbeet co-infecties HGA, HGE en Babesiosis die in de VS momenteel meer aandacht krijgen lijken in Europa onbelangrijk. Net als bij Lyme is vooral duidelijk dat meer onderzoek naar diagnose en behandeling noodzakelijk is.

Chronic Lyme Disease and Co-infections: Differential Diagnosis
http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/23400696

Aangepast: 4 oktober 2018