Onderzoek persisterende infectie na antibiotica en gastheer-verschillen

Variable manifestation, diverse seroreactivity and post-treatment persistence in non-human primates exposed to Borrelia burgderferi by tick feeding.
Monica E. Embers, Nicole R. Hasenkampf, Mary B. Jacobs, Amanda C. Tardo, Lara A. Doyle Meyers, Mario T. Philips, Emir Hodzic.
PLoS One. 2017 Dec 13;12(12):e0189071. doi: 10.1371/journal.pone.0189071. eCollection 2017.

pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/29236732/

Omdat eerdere dier-studies met muizen, cavia’s, honden, konijnen en apen waarin persistentie van Borrelia aangetoond werd, twijfels gaven over de vertaling naar mensen, onderzocht Monica E. Embers, onderzoekster aan de Tulane University in Californie, borrelia besmetting in rhesus makaken om zo dicht mogelijk bij de menselijke situatie te komen.

Van rhesus aapjes is bekend dat het multi-orgaan verloop van Lymeziekte ongeveer gelijk verloopt als bij mensen. De apen werden door een tekenbeet met borrelia besmet en na vier maanden behandeld met 28 dagen doxycycline. Vervolgens werden ze ongeveer een jaar gevolgd, zowel klinisch als met bloedanalyses. Er werden serologische analyses gedaan maar ook met drie soorten analyses is aangetoond dat de borrelia’s na behandeling even levensvatbaar zijn als zonder behandeling: met xenodiagnose – dat is een schone teek te laten bijten en besmetting via de teek aan te tonen door herbesmetting van een tweede dier, met een ‘in vivo culture system’ – een stukje besmet weefsel in een ander dier laten ‘leven’ en levend RNA analyse.

Ze concluderen dat het van de gastheer afhangt of er tekenen van infectie zijn, hoe de immuunrespons op gang komt en hoe deze verloopt bij persisterende infectie, ongeacht antibioticabehandeling. De gevonden variatie in deze apen zou volgens de onderzoekers aanleiding moeten zijn om verder onderzoek te doen naar gastheer-verschillen en biomarkers die meer zeggen over een reactie op infectie en behandeling.

Aangepast: 1 oktober 2020