Persistente infectie en persistente klachten

Recent verscheen een nieuw artikel (1) van de onderzoeksgroep van Mario Philipp van Tulane University. Deze groep publiceerde de afgelopen jaren diverse interessante onderzoeken rondom de persistentie van Borrelia, onderzoek dat grotendeels gebaseerd is op experimenten met resusapen (één van de weinige dieren die na Borrelia infectie een met de mens vergelijkbare neuroborreliose krijgt). Bij eerder onderzoek (2) bleek dat zelfs na langdurige behandeling met een hoge dosis antibiotica bij sommige proefdieren nog steeds levensvatbare Borrelia’s te vinden waren, terwijl de traditionele serologische testen (ten onrechte!) negatief werden. De persistentie deed zich met name voor als de AB behandeling van de proefdieren pas in een later stadium gestart was. Dit kan een verklaring zijn voor blijvende of na verloop van tijd terugkerende klachten na AB behandeling: de AB kuur was dan onvoldoende effectief. De levensvatbaarheid van de Borrelia’s na de AB kuur werd vastgesteld met een groot aantal verschillende technieken en valt eigenlijk niet te ontkennen (al werd dat door de IDSA wel geprobeerd).

Dit onderzoek (2) was controversieel en werd jarenlang tegengehouden. Toen het uiteindelijk toch gepubliceerd werd verscheen ook een onderzoek uit IDSA hoek dat stelde dat na een standaard AB kuur dode Borrelia resten (‘spirochetal debris’) langdurig aanwezig kunnen blijven in de patiënt, en mogelijk nog klachten veroorzaken. Langere AB behandeling is in deze opvatting niet zinvol. Met dit ‘spirochetal debris’ verhaal werd ook verklaard dat een Borrelia PCR test nog lang na een AB kuur positief kan blijven. Borrelia DNA zou nog maandenlang aanwezig kunnen blijven in de gastheer, een opmerkelijk standpunt want normaal wordt ‘dood’ DNA binnen enkele dagen verwijderd. Deze ‘Amber hypothese’ vormt een sterk contrast met de uitkomst van het eerdere onderzoek van Philipp (2). Wie er gelijk heeft is van groot belang voor de discussie over diagnose en behandeling van chronische lymepatiënten, de groep patiënten die in de VS meestal wordt aangeduid met ‘PLS’ of ‘PTLDS’.


Het recente artikel (1) geeft een nieuwe draai aan de controverse. Ze vonden bij experimenten met celkweken van oligodendrocyten dat deze ongeveer even kwetsbaar zijn voor dood Borrelia materiaal als voor levende Borrelia’s. Oligodendrocyten zijn belangrijke cellen in het centraal zenuwstelsel (CZS), die o.a. voor de isolatie van de zenuwbanen zorgen. De Borrelia restanten, die bijvoorbeeld na een AB kuur kunnen ontstaan, veroorzaken ook in kleine hoeveelheden ontstekingen en celdood, met ernstige gevolgen. Een aantekening is wel dat het hier in vitro onderzoek betreft, het is niet zeker dat het verloop in een levend organisme vergelijkbaar is. Dergelijke ontstekingsreacties door (vermoedelijk) dode Borrelia restanten zijn eerder al gevonden in hart- en gewrichtsweefsel. Een interessante vraag is of deze reacties ook een rol spelen bij het soms nog langdurig positief blijven van Lyme serologie na een AB behandeling.

De belangrijkste conclusie van het onderzoek (1) is dat Borrelia ziekte kan blijven veroorzaken in het CZS ook nadat de bacterie zelf gedood is. Dat betekent – en dat is de winst van dit onderzoek – dat aanvullende behandeling nodig kan zijn bovenop de traditionele behandeling met antibiotica. Over details laten de auteurs zich niet uit, maar men zou kunnen denken aan behandelingen die helpen om schadelijke stoffen uit het lichaam te verwijderen (‘detox’) en die dergelijke ontstekingsreacties kunnen remmen.  In de reguliere geneeskunde is hiervoor weinig aandacht, het is meer een onderwerp voor de alternatieve sector. Nader onderzoek zou kunnen uitwijzen welke Borrelia restanten de ontstekingen veroorzaken, zodat een meer gerichte aanpak mogelijk is.

Voor alle duidelijkheid: Dit onderzoek zegt niets over het nut van langere of herhaalde AB kuren bij chronische lyme, wél dat een AB kuur alleen niet de oplossing is. Het betekent evenmin dat de resten van dode Borrelia’s de enige oorzaak zijn voor de symptomen van chronische lymepatiënten. Er blijft ook meer onderzoek nodig naar de vraag in hoeverre levensvatbare Borrelia’s die overblijven na een AB kuur (onderzoek 2) klachten veroorzaken of een risico vormen dat de klachten na verloop van tijd terugkomen.

(1) Non-viable Borrelia burgdorferi induce inflammatory mediators and apoptosis in human oligodendrocytes
(2) Persistence of Borrelia burgdorferi in Rhesus Macaques following Antibiotic Treatment of Disseminated Infection

Aangepast: 14 juli 2014