Wat veroorzaakt de toename van tekenbeetziekten?

Tekenbeetziekten zijn een groeiend probleem. Als we dit probleem echt willen aanpakken moet niet alleen diagnose en behandeling van patiënten verbeteren, maar moet vooral duidelijk worden waar de groei vandaan komt: wat is de oorzaak van de sterke toename van Lyme en andere tekenbeet ziekten?

Teken, Borrelia’s en de meeste co-infecties bestaan al veel langer dan de mens, niets nieuws onder de zon wat dat betreft. Hoewel soms gesuggereerd wordt dat de toename van het aantal gevallen komt door aandacht in de media (‘een internet-ziekte’) en betere diagnose en registratie wordt de recente toename in wetenschappelijke kring niet meer betwijfeld.

In de media, ook in kringen van lymepatiënten, worden de toename van het aantal herten en climate change vaak als boosdoeners genoemd. Over de herten kunnen we kort zijn: Lyme is ook toegenomen in regio’s waar geen herten of vergelijkbare dieren voorkomen, of waar het aantal herten afgenomen is. Herten zijn net als mensen mogelijke slachtoffers, niet de oorzaak. En zoals u hopelijk weet, een statistisch verband (wat er bijvoorbeeld in delen van de VS zeker is) is nog geen causaal verband. Climate change ligt voor de hand als factor, echter in onderzoeken kon tot nu toe nooit een overtuigende link gelegd worden. Soms is sprake van een kleine toename of een verschuiving van de risico locaties door climate change, maar het lijkt niet dé verklaring.

Andere factoren die genoemd worden zijn de toename van ‘nieuwe natuur’ of ecologische verstoring door menselijke activiteiten die zouden zorgen dat het aantal teken of het percentage besmette teken toenemen (in de gebieden waar mensen frequent komen). Helaas zijn er geen betrouwbare historische data over aantallen teken of de besmettingspercentages, mede door sterke fluctuaties per regio en van jaar op jaar. Versnippering van natuurgebieden kan zorgen voor een toename van het aantal teken doordat natuurlijke vijanden van de teek of de muis verdwijnen. Aanwezigheid van ‘grote grazers’ (koeien, herten) kan zorgen voor een afname van de kans voor mensen om een tekenbeet op te lopen. Maar deze effecten zijn sterk afhankelijk van de locale omstandigheden.

Ook veranderingen in de woonomgeving zoals meer ‘buiten’ wonen/leven en het recreatiegedrag van mensen (meer activiteiten in de natuur) zouden kunnen zorgen dat de kans op een tekenbeet is toegenomen.

Een heel andere verklaring is dat tekenbeet ziektes een ‘welvaartsziekte’ zijn, net zoals sommige auto-immuunziektes en vormen van kanker die in dezelfde periode ook sterk toenamen (waarbij ongetwijfeld betere voorlichting en diagnose meespelen). Misschien komt de toename van tekenbeet ziektes dan niet zozeer door een hogere ‘risk exposure’, maar vooral door een hoger risico om ziek te worden na een beet door een besmette teek? Dat zou, net als bij auto-immuunziektes en kanker, kunnen komen door omgevingsfactoren zoals milieuvervuiling, stress en veranderde voeding. Problemen met complexe oorzaken zijn wetenschappelijk vaak lastig te analyseren, denk aan de enigszins vergelijkbare bijensterfte (Colony collapse disorder): is de oorzaak een pathogeen organisme zoals de Varroa mijt, of is er meer aan de hand?

Kortom, er is meer onderzoek nodig naar de oorzaken van de toename van tekenbeetziekten. Zeman en Benes (1) bekeken statistisch waar (in Tsjechoslowakije) mensen wonen resp. waar ze Lyme en TBE (een virale tekenbeetziekte die in Nederland niet voorkomt) oplopen. Deze risico locaties zijn vergeleken met die voor honden/kattenbeten. De details zijn te complex om hier te bespreken, maar de studie wijst op een geleidelijke verschuiving in de risicolocaties voor tekenbeetziekten in de loop der jaren. De toename in de afgelopen 20 jaar blijkt statistisch volledig voor rekening te komen van infecties die rondom het huis (binnen 1 km) zijn opgelopen; infecties die verder weg worden opgelopen (bijv. in een natuurgebied, meer dan 5 km verwijderd) zijn in die periode zelfs gedaald. Dit soort statistische analyse heeft zijn beperkingen, maar het is een interessante aanpak. De studie geeft geen definitieve verklaring voor de toename, een verandering in de manier van wonen en recreëren zou wel passen bij de uitkomsten.

Dit sluit aan op een recente Nederlandse bevinding (2) dat 30% van de tekenbeten wordt opgelopen in de eigen tuin. Dit is een belangrijke constatering voor preventief beleid, omdat de tuin meestal niet als ‘risico locatie’ gezien wordt. De Nederlandse onderzoekers denken dat het grote aantal beten in eigen tuin vooral gebieden met relatief veel teken betreft. In Tsjechoslowakije vond de toename echter vooral rond de grote steden plaats, en niet op het platteland waar meer teken zijn. N.B.: het Nederlandse onderzoek kijkt naar gemelde tekenbeten, dat is iets anders dan een geregistreerd geval van Lyme of TBE zoals in de Tsjechische publicatie: de meeste beten veroorzaken geen (blijvende) infectie.

(1) Spatial distribution of a population at risk: An important factor for understanding the recent rise in tick-borne diseases (Lyme borreliosis and tick-borne encephalitis in the Czech Republic).
http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/24139627

(2) High Risk of Tick Bites in Dutch Gardens.
http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/24107214

 

Aangepast: 14 juli 2014