Xenodiagnose voor de Borrelia bacterie bij mensen

Adriana Marques, Sam R. Telford, III, Siu-Ping Turk, Erin Chung, Carla Williams, Kenneth Dardick, Peter J. Krause, Christina Brandeburg, Christopher D. Crowder, Heather E. Carolan, Mark W. Eshoo, Pamela A. Shaw, and Linden T. Hu
Clin Infect Dis. 2014 Apr 1; 58(7): 937–945. Published online 2014 Feb 11. doi: 10.1093/cid/cit939 PMCID: PMC3952603 PMID: 24523212

www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3952603/

Dierstudies suggereren dat Borrelia burgdorferi, de veroorzaker van Lymeziekte, kan persisteren na antibiotica behandeling en dat deze kan worden gedetecteerd met onder andere xenodiagnose. Xenodiagnose is het vaststellen van de aanwezigheid van een ziekteverwekker door het gebruiken van een levend dier; in dit geval een teek (Ixodes scapularis).

In dit artikel is dit voor het eerst onderzocht bij mensen. Laboratorium-teken werden bij 36 personen (waarvan 10 controles) geplaatst die zich gingen voeden op deze mensen. Borrelia werd bij deze teken getest met PCR en kweek en massa spectoscopie. Bovendien werden de teken gebruikt om immunodeficiënte muizen te infecteren.

Xenodiagnose werd door de mensen goed getolereerd op wat kriebel op de beetplaatsen na. Xenodiagnose was negatief in 16 patiënten met Post-treatment Lyme Disease Syndroom (PTLDS) en/of hoge niveaus antilichamen in het bloed, en bij 5 patiënten die een antibioticakuur hadden gehad na een EM. Xenodiagnose was positief voor twee patiënten: bij één patiënt met een EM vroeg tijdens de antibioticakuur, en bij één patiënt met PTLDS. Er is echter onvoldoende bewijs dat dit levensvatbare Borrelia’s waren. Geen van de muizen werd positief.

De conclusie is dat er meer onderzoek nodig is naar de mogelijkheid om xenodiagnose te gebruiken in een klinisch onderzoeksprotocol bij patiënten, of deze gebruikt kan worden na antibiotica behandeling, en wat een positief resultaat dan betekent in relatie tot blijvende klachten.