Coxiella, Q koorts

Q-koorts* wordt veroorzaakt door de bacterie Coxiella Burnetii, die vooral onder zoogdieren, vogels en teken voorkomt. Insecten zoals teken, luizen en vlooien kunnen gemakkelijk geïnfecteerd raken, maar er wordt aangenomen dat zij als vector niet de belangrijkste rol spelen in de verspreiding van de ziekte. De bacterie is verspreid over heel de wereld. Vroeger werd de bacterie tot de Rickettsia gerekend.

Besmettingbronnen
Ogenschijnlijke gezonde dieren kunnen in grote hoeveelheden C. burnetii uitscheiden met de faeces, urine, melk, placenta en vruchtwater. Inhalatie van gecontamineerde stof afkomstig van stallen, weilanden, ruwe wol, huiden, kleding, etc. kan infectie veroorzaken.
De besmetting verloopt bij de mens waarschijnlijk via de luchtwegen maar ook teken mogen niet als besmettingsbron over het hoofd gezien worden
Besmetting via het maag-darm kanaal door het consumeren van rauwe melk of daaruit bereide producten (boter, kaas jonger dan 6 weken) of door het eten van onvoldoende verhit vlees is eveneens mogelijk.

De mens kan niet alleen besmet worden door koeien, schapen en geiten, maar ook door honden, katten en vogels. Besmetting kan optreden door inademing van besmet stof van stallen, weilanden, ruwe wol en dierhuiden, door direct contact met besmette dieren en door het nuttigen van besmette rauwe melk of onvoldoende verhitting van besmet vlees. De kans op besmetting is het grootst in de tijd dat jong vee geboren wordt: geboorterestanten zoals moederkoek en vruchtwater die niet adequaat en tijdig afgevoerd worden. Eén enkele bacterie is voldoende om besmet te raken. De incubatietijd is 9 tot 40 dagen

In de meerderheid van de gevallen moet de besmettingsbron in Nederland gezocht worden, maar ook vakanties in het buitenland kunnen aanleiding zijn voor het oplopen van Q-koorts. Deze ziekte sluimert voortdurend onder de oppervlakte en waakzaamheid blijft te allen tijde geboden

Symptomen
Griepachtige verschijnselen met plotselinge hoge koorts, daarbij worden klachten als pijn in de borst mogelijk en ook hartklachten alsmede hevige hoofdpijn, koude rillingen, zweten, spierpijn, misselijkheid en braken, diarree, genoemd. Sommige patienten hebben ook aandoeningen aan de luchtwegen en een droge hoest. Ook gaat Q-koorts soms gepaard met bacteriele arthritis.
30% van de patienten met de chronische vorm heeft een verhoogde bloedbezinking en een verlaagde hartslag.

Een groot deel van de bevolking in Nederland (asymptomatisch) wordt in de eerste levensjaren besmet en er worden dan antistoffen ontwikkeld. Dit kan gemakkelijk tot stand komen door de aanwezigheid van een grote veestapel in Nederland, waarbij C. burnetii onder gunstige klimatologische omstandigheden over grote gebieden aerogeen(via de lucht) verspreid kan worden.

Een tweede reden voor het betrekkelijk weinig diagnosticeren van Q-koorts kan zijn dat er te weinig aan gedacht wordt. Het ziektebeeld is vaak aspecifiek en kent een breed scala van mogelijke symptomen. Q-koorts komt relatief vaak voor bij (zeer) jonge kinderen en bij volwassenen vanaf 25 jaar. Met name bij de laatste categorie is er vaak een duidelijke connectie met een besmettingsbron.

Behandeling
De behandeling van een acute besmetting gebeurt meestal met antibiotica gedurende 2 tot 3 weken. Inenting ter voorkoming van besmetting is mogelijk. Q-koorts geneest vaak spontaan. Tetracyclinen zouden, indien binnen de eerste drie ziektedagen toegediend, de koortsduur tot de helft verminderen. Het behandelingsadvies luidt om doxycycline 100 mg twee maal per dag te verstrekken voor de duur van 15 tot 21 dagen. De optimale behandeling van chronische Q-koorts en Q-koorts endocarditis staat niet vast, maar bestaat in het algemeen uit tetracycline in combinatie met rifampicine of trimethoprim-sulfamethoxazole, voor de duur van minimaal 2 tot 3 jaar.

(*) http://www.rivm.nl/ziekdoordier/zoon_op_rij/Qkoorts.jsp

Nieuws van 30 mei 2011, “Q-koorts en teken”: http://www.omroepbrabant.nl/?news/156006652/Onderzoek+naar+overbrengen+van+Q-koorts+door+teken.aspx

Aangepast: 3 september 2016