Pleidooi voor onderzoek aan de voorkant: inzetten op de natuurlijke vijanden van de teek

DOOR: FRANK VAN DEN DUNGEN

We woonden jarenlang in een oude boerderij. Als buren hadden we links en rechts varkensboeren. Die bouwden er telkens een stal bij. Daar kon je weinig tegen beginnen. Dat was immers vergund. Dus besloten we de andere kant op te kijken. Daar word je blijer van. Om dat makkelijker te maken plantte ik rond onze boerderij bomen aan. Met elke nieuwe stal kwam er een nieuwe strook. Dat begon klein. Maar omdat de stallen steeds groter werden, moesten mijn bomen ook groeien. Uiteindelijk ontdekte ik dat zelfs wilgentakken van tien meter lang nog wortel schoten. Als ik ze maar met hun voeten in het grondwater plantte. Dus er kwam een heel bos. En het hielp. De stallen waren uit het zicht. Maar je kunt helaas niet de andere kant op ruiken. En je weet niet wat er allemaal nog meer mee liftte op de emissies uit die stallen. Dus besloten we uiteindelijk toch te verhuizen.

Een echt bos

Ons nieuwe huis lag ideaal. Aan de rand van een klein dorpje. Links en rechts geen varkens, maar natuurgebieden. En een grote verassing: onze tuin liep over in een bos. Een écht bos, met veel stokoude grove dennen. Primitieve bomen die lijken te stammen uit een tijd, toen bomen nog niet wisten hoe een boom er eigenlijk uit hoorde te zien.

Onderkruipsel

Het was een mooie zomer. Dus dat was genieten. Tot ik mijn eerste onderkruipsel ontdekte. En het bleek nog aan me gehecht ook. Een weekje later had ik nog eens twee van die verstekelingen geëpileerd. En inmiddels had ik op internet ook wat kennis bij elkaar gesprokkeld. Het leek er veel op dat ik met mijn verhuizing van de regen in de drup beland was. Want het tiental teken dat ik inmiddels onder plakbandjes verzameld had, kon mij, statistisch gezien, wel eens heel wat meer concrete ellende bezorgen dan de duizenden varkens met hun potentiële pandemische dreiging.

Controleren, epileren, registreren

Nu ben ik als kind in zo’n Panoramix-ketel gevallen. En men weet nog steeds niet precies wat daarin zat. Maar het gevolg is dat ik in zo’n geval op zoek ga naar het naadje van de kous. En jawel hoor: het werd me duidelijk. Om kwaad én erger te voorkomen, moest ik me, als ik de tuin in ging, inpakken, insmeren en intapen om me deze ongenode gasten van het lijf te houden. En dan ’s avonds weer controleren, epileren en registreren. Want ik was inmiddels vaste klant bij tekenradar.

Dwarskruid

Maar in het mengsel in die ketel zat blijkbaar ook wat dwarskruid: “Er moest toch ergens een simpelere manier zijn om de plaagdruk van dit ongedierte onder controle te krijgen?” Dus sloeg ik aan het mengen. Ik maakte diverse ik anti-teek cocktails van etherische oliën en kruiden. Ik testte ook enkele kant & klare smeersels en sprays. Ik hing een elektronische tick-repeller aan mijn broekriem. Ik slikte zware knoflookpillen. Ik droeg maandenlang armbanden van barnsteen. En soms dacht ik dat iets hielp. Tot er zich toch weer een teek meldde die niet op de hoogte was van het afschrikwekkende effect van mijn maatregelen.

Vraagteken

En dan ging het vraagteken weer branden: waarom werd er zo weinig gedaan om deze dreiging aan de voorkant in te dammen? Er was erg veel aandacht voor hoe je teken wel en niet moet verwijderen, dus zeg maar de zorg aan de achterkant van het probleem. Maar er moest toch ook preventief wat aan te doen zijn om de dreiging of het aantal van deze geniepige insluipers te minimaliseren. En zo kwamen de recepten op mijn scherm voorbij. Ik moest de onderbegroeiing in mijn bos kort houden en aanharken. Ik moest mijn paden ontmossen. Ik moest als tekenhindernis rond mijn gazon grindbanen aanleggen. Ik moest periodiek het hele bos besproeien met een gecertificeerde anti-teken-cocktail. Ik moest alle muizen wegvangen als tussengastheer. Of ik moest kwartels uitzetten.

Een natuurlijke vijand

En bij dat laatste idee ging mijn hart sneller kloppen. Dát was het: een natuurlijke vijand mobiliseren. Want dat was de manier om de disbalans in de biodiversiteit van de schepping weer een beetje in mijn voordeel te laten doorslaan. Kwartels waren hier niet zo voor de hand liggend als in Brookhaven in de staat New York, waar deze natuurlijke tick-control met succes geïntroduceerd werd. Maar ik was jarig. Dus ik kreeg kippen en een haan als tekenruimers. Barnevelders. Eerst een paar weken laten wennen in een rennetje. Toen mochten ze het bos in. Op tekenjacht. Maar toen bleek dat onze biodiversiteit ook zijn nadelen heeft. Want een havik kon de uitnodiging van kip op het menu niet afslaan. En hij plukte ze een voor een uit mijn bos weg.

Mechelse Koekoeks

Dus kwam er een vijftal Mechelse Koekoeks. Een uit de kluiten gewassen kip die mijn havikje niet zomaar uit mijn bos zou plukken. Dat deed hij dan ook niet. Hij plukte ze ter plekke. En hij nam de lekker hapjes in onderdelen mee naar zijn kroost. Tja… de laatste Koekoek hebben we naar de kinderboerderij gebracht. Want die was zo getraumatiseerd dat hij zijn nachthok niet meer uitkwam.

Poelepetaten

Het jaar daarop ging ik op zoek naar volwassen parelhoenders. Liever: poelepetaten, zoals men ze hier noemt. Die zouden waakzaam genoeg zijn om zich niet te laten verschalken. Bovendien stonden ze bekend als gerenommeerde tekenliefhebbers. Ik kreeg er echter geen te pakken. Maar … wat belangrijker was: de teken kregen mij vorig jaar ook niet meer te pakken. Het hele jaar door viel er niets te epileren. Zelfs geen larve of nimfje. Laat staan een Hyalomma. Die zag ik alleen in het nieuws voorbijkomen.

Oproep voor onderzoek

Inmiddels weet ik niet of ik nog poelepetaten zou nemen, als de onderkruipsels zich weer zouden melden. Want die poelepetaten terroriseren de hele omgeving met hun gekrijs. Maar het idee erachter blijft me bezighouden. Daarom hier een oproep aan alle aspirant afstudeerders en hun professoren en hoogleraren: ga onderzoek doen naar alle mogelijke natuurlijke vijanden van de teek. En selecteer de beste waarmee we in Nederland deze groeiende plaag aan de voorkant kunnen bestrijden. Want voorkomen is beter dan genezen. Zeker omdat dat genezen, met de hele reeks kwalen die je bij een tekenbeet kunt oplopen, nog niet al te best wil lukken.

Afbeelding: www.sarahlinde.nl