Anaplasma, Ehrlichia en Neoehrlichia

Wat zijn Anaplasma, Ehrlichia en Neoehrlichia?

Anaplasma en Ehrlichia zijn extreem kleine intracellulaire bacteriën. Anaplasma phagocytophilum, een parasiet die de witte bloedlichaampjes infecteert, veroorzaakt humane granulocytaire anaplasmose (HGA). Voorheen werd deze bacterie Ehrlichia phagocytophila genoemd en de ziekte HGE. Ehrlichia chaffeensis veroorzaakt humane monocytaire ehrlichiose (HME).

Daarnaast komt in Nederlandse teken de verwante bacterie Neoehrlichia mikurensis (voorheen Ehrlichia scotti) voor [1]. Neoehrlichia mikurensis infecteert waarschijnlijk cellen die de binnenkant van hart, bloed- en lymfevaten bekleden (endothele cellen) [5]. De ziekte heet Neoehrlichiose.

Wat zijn HGA, HME en neoehrlichiose?

Dit zijn infecties die overgedragen kunnen worden van dieren op mensen (zoönosen). Normaal gesproken leven deze bacteriën in kleine knaagdieren, schapen, paarden, runderen, dam/edelherten en reeën. Deze bacteriën kunnen ook overgebracht worden door teken [1]. Mens op mens besmetting kan uitsluitend plaats vinden via bloedtransfusie of via verticale transmissie (besmetting van moeder op kind tijdens de zwangerschap).

Ondanks dat Anaplasma phagocytophilum in 0-11% van de teken [3] in Nederland wordt gevonden, zijn tot nu toe slechts 2 in Nederland geïnfecteerde patiënten beschreven [4]. Analyse van Nederlandse teken toonde aan dat geen van de Nederlandse teken Ehrlichia bevat en ook zijn er nog geen Nederlandse gevallen met HME beschreven [3,4]. Neoehrlichia mikurensis komt in ongeveer 5-11% van de teken voor [1,3,4]. Er zijn nog geen patiënten in Nederland met Neoehrlichia mikurensis gevonden, wel tientallen in Europa [4].

Deze discrepantie is op verschillende manieren te verklaren. Een besmettingsgraad in teken is niet zomaar te vertalen naar een risico op infectie. In de natuur worden in teken bijvoorbeeld 4 verschillende ecotypen van Anaplasma phagocytophilum gevonden, waarvan slechts 1 bewezen ziekmakend is bij de mens. Daarnaast is het aannemelijk dat de infectie vaak een asymptomatisch, dan wel een kort beloop heeft, omdat het humane afweersysteem de bacteriën kan klaren. Een derde mogelijke verklaring is dat het klinisch beeld ofwel niet wordt herkend, ofwel wordt toegeschreven aan de ziekte van Lyme [3].

De symptomen van HGA, HME en neoehrlichiose

Symptomen treden waarschijnlijk tussen de 5 en 21 dagen na de besmetting op. Het ziektebeeld van HGA en HME is weinig verschillend.

Patiënten ervaren uitputting, griepachtige verschijnselen met acute hoge koorts, rillingen, zware hoofdpijn, spierkrampen, gewrichtspijnen, maagklachten, verminderde eetlust en gezwollen lymfeklieren. De duur van de koorts is 2-11 dagen met een gemiddelde van 10 dagen. Minder voorkomende symptomen zijn misselijkheid, buikpijn, diarree en hoesten. Verder worden genoemd: duizeligheid, braken, verwardheid, huiduitslag en aantasting van het centraal zenuwstelsel.

Een infectie met Neoehrlichia mikurensis kan ernstig verlopen waarbij koorts, erythemateuze huiduitslag en vasculaire aandoeningen, zoals aneurysmata en veneuze trombo-embolieën, op de voorgrond staan [4].

Bij gezonde personen verloopt de ziekte waarschijnlijk met niet direct waarneembare verschijnselen. De combinatie met een Borrelia of andere door een teek overgebrachte bacterie lijkt zeer ongunstig vanwege het toch al verminderde immuunsysteem. Een ernstig verloop van het ziektebeeld wordt vooral gezien bij immuungecompromitteerde patiënten.

De diagnose van HGA, HME en neoehrlichiose

Testen op Anaplasma, Ehrlichia en Neoehrlichia mikurensis: moleculair (PCR) op bloed, afgenomen bij koorts [4].

Laboratoriumdiagnostiek voor Anaplasma/Ehrlichia bestaat uit een IFA (gebaseerd op een Amerikaanse A. phagocytophilum-variant) en is beschikbaar bij het RIVM en Erasmus [1,3]. Testen op Anaplasma/Ehrlichia heeft echter dezelfde beperkingen als testen op Borrelia.

Ook het bloedbeeld en leverfuncties kunnen getest worden: er treedt met name in de eerste weken anemie (lage rode bloedcellen), leukopenie (lage witte bloedcellen) en thrombocytopenie (lage bloedplaatjes) op. Verhoogde leverenzymen worden gevonden bij 90% van de patienten, AST en ALT [1,2,5] en verhoogde LDH (lactaat dehydrogenase) en CRP (C-reactive protein) [5].

Vanwege de zeldzaamheid dient een Anaplasmose/Ehrlichiose aan het LCI/CIb gemeld te worden [1].

De behandeling van HGA, HME en Neoehrlichiose

Voor de Nederlandse situatie vormt ehrlichiose op dit moment geen ernstig probleem en komt vooral in de VS en Thailand voor. In Nederland is HGA meer relevant. In de huisartsenpraktijk zal eerder aan de ziekte van Lyme worden gedacht. De behandeling hiervan met antibiotica is echter ook effectief voor anaplasmose, ehrlichiose en neoehrlichiose.

Bij zwangerschap wordt geadviseerd om anaplasmose/ehrlichiose te behandelen met een aangepast antibiotica-regime [3].

Geschiedenis en verspreiding

In de Verenigde Staten zijn vele honderden gevallen van humane granulocytaire anaplasmose (HGA) vastgesteld terwijl in Europa minder dan 10 meldingen van deze ziekte bekend zijn, en in Nederland twee. De eerste humane ehrlichiose (die niet door een teek wordt overgebracht) werd in 1954 ontdekt in Japan door het eten van rauwe vis. HGA wordt sinds 1999 in Nederland beschreven.

Bronnen

[1] http://www.rivm.nl/Anaplasmose

[2] Horowitz, R.I., How can I get better?, An action plan for treating resistant Lyme and chronic disease, 2017

[3] Montizaan, M., Hoornstra, D., Kremer, K., Wijngaard, van den K., Hovius, J., Sprong. H., Door teken overgedragen infectieziekten in Nederland: meer dan de ziekte van Lyme alleen, TvI, 15, 2020, 2

[4] Hoornstra, D., Sprong, H., Hovius, J., Andere Tekenbeetziekten. NTvG, 2020;164:D4603 NTvG nummer 28 2020 | Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde

[5] Azagi, A., et al. Evaluation of Disease Causality of Rare Ixodes Ricinus-Borne Infections in Europe. Pathogens 2020, 9(2):150 DOI: 10.3390/pathogens9020150