De cijfers over tekenbeten en tekenbeetziekten in Nederland

De cijfers in Nederland

Er is in Nederland geen meld- of informatieplicht voor de ziekte van Lyme en andere tekenbeetziekten. Vanuit officiële berichtgeving weten we dat het aantal teken, het aantal besmette teken, het aantal beten en het aantal lymepatiënten toeneemt. Maar we beschikken niet over betrouwbare cijfers over hoeveel mensen op dit moment precies lijden aan een tekenbeetziekte, of hoeveel mensen per jaar een tekenbeetziekte oplopen, er zijn alleen schattingen.

Er zijn voldoende aanwijzingen dat een meer realistische schatting van het aantal lymepatiënten per jaar 3x zoveel is als de officiële schatting van het RIVM. Dit enorme aantal en het feit dat er ook steeds meer mensen ziek worden en blijven, maakt het gebrek aan erkenning, kennis en oplossingen voor de diagnose- en behandelproblemen des te schrijnender.

Beperkte informatie kan worden gevonden op Tekenradar waar mensen vrijwillig hun tekenbeet en het oplopen van de ziekte van Lyme kunnen melden. Doe dit vooral want alle informatie is hard nodig!

Het aantal tekenbeten

Door het RIVM werd het aantal tekenbeten in 2017 en in 2022 geschat op 1,5 miljoen per jaar. In 2007 en 1996 waren dit nog respectievelijk 1,1 miljoen en 600.000 tekenbeten.

Nederland is voor teken een endemisch gebied: een gebied waar teken veel voorkomen. Het endemische gebied van schapenteken (ook wel de gewone teken genoemd) in Europa loopt van Zuid Scandinavië tot midden Spanje en van Ierland tot Rusland [1; p.160].

Doorgaans piekt het tekenbeetseizoen in juni en juli. Dat komt doordat teken dan zeer actief zijn en er veel mensen in de natuur recreëren. Elk jaar komen in deze 2 maanden ongeveer de helft van alle tekenbeetmeldingen op Tekenradar binnen.

Kijk voor de actuele stand van tekenmeldingen van de afgelopen 4 weken op tekenradar.nl.

Het risico op tekenbeetziekten na een tekenbeet

Het risico op de ziekte van Lyme

De ziekte van Lyme is de meest voorkomende tekenbeetziekte. Minstens 1 op de 20 tekenbeten leidt tot de ziekte van Lyme (meer dan 5%). Bij meerdere tekenbeten is het risico groter, zo heb je bijv. bij 3 tekenbeten een risico van 15% [2].

Niet iedere teek is besmet, gemiddeld draagt bijna 1 op de 3 teken (29,3%) de Borrelia-bacterie bij zich. Afhankelijk van gebied en periode kan dit hoger of lager zijn, variërend van geen enkele teek tot de helft van de teken [3].

Als je bent gebeten door een met de Borrelia-bacterie besmette teek is het risico op de ziekte van Lyme vooral afhankelijk van de tijd dat de besmette teek vastgebeten zit in de huid en zich dan al heeft volgezogen met bloed; hoe langer (meerdere uren tot dagen), hoe groter het risico. Het is altijd van het grootste belang een teek zo snel mogelijk en op de juiste manier te verwijderen.

Het risico op andere tekenbeetziekten

Naast de Borrelia-bacterie kunnen teken vele andere bacteriën, parasieten en virussen bij zich dragen die bij overdracht op de mens tot ziekte kunnen leiden. Inmiddels draagt ongeveer de helft van de teken 1 of meerdere ziekteverwekkers bij zich, met verschillen per locatie, per jaar en tijd van het jaar [4]. Daarnaast kan een tekenbeet ook een vleesallergie veroorzaken.

Het is niet duidelijk hoe vaak de andere tekenbeetziekten in Nederland voorkomen, ze worden vaak niet herkend en de diagnostische mogelijkheden zijn beperkt. Van de meeste van deze andere tekenbeetziekten zijn in Nederland slechts enkele of helemaal geen patiënten officieel gedocumenteerd. Echter in onderzoeken onder lymepatiënten meldt een aanzienlijk deel van de lymepatiënten ook andere tekenbeetziekten [5, 6].

Sinds 1 maart 2025 geldt er voor het TBE-virus een meldingsplicht, een overzicht van het aantal meldingen van TBE wordt hier bijgehouden (groep C).

Ziekteverwekkers die in teken in Nederland zijn aangetroffen zijn: Rickettsia bij 22,5%, Neoehrlichia bij 5,4%, Babesia bij 3,5%, Borrelia miyamotoi bij 2,3%, Anaplasma bij 1% en het
TBE-Virus bij <0,1% [7, 8]. Het besmettingspercentage bij teken is niet hetzelfde als het risico op besmetting of ziekte bij mensen.

Behalve bij het TBE-virus dat binnen enkele minuten kan worden overgedragen, is van de andere ziekteverwekkers niet bekend hoe snel ze precies kunnen worden overgedragen bij een beet. Ook is nog niet bekend hoe vaak een besmetting leidt tot ziekte.

Bekijk hier onze handige vergelijkingstabel van de 10 belangrijkste tekenbeetziekten.

Er zijn veel meer lymepatiënten dan wordt gedacht

Onderstaande afbeelding geeft het aantal lymepatiënten in Nederland weer.

(volgt)

De officiële cijfers

Volgens het RIVM lopen ieder jaar naar schatting 27.000 mensen de ziekte van Lyme op. Verreweg de meeste patiënten hebben een EM (kenmerkende huiduitslag) en 1.500 patiënten hebben geen EM maar een verder verspreide infectie met andere symptomen. Van deze 27.000 zouden zo’n 1.000-1.500 lymepatiënten per jaar langdurige of blijvende klachten hebben.

Deze 27.000 is gebaseerd op een peiling onder huisartsen, de laatste was in 2021. Meer realistische cijfers zijn hoger.

Een meer realistische schatting

De officiële cijfers houden geen rekening met de volgende situaties:

  • het EM treedt niet op of wordt niet opgemerkt (bij 30 - 70%) [9];
  • met het EM wordt niet naar de huisarts gegaan (18%);
  • een getoond EM wordt niet door de huisarts (h)erkend;
  • andere lymesymptomen worden niet bij de huisarts gemeld;
  • andere lymesymptomen worden niet door de huisarts (h)erkend;
  • er wordt niet aan lymeziekte gedacht of de mogelijkheid wordt weggewuifd;
  • er wordt niet getest op lymeziekte;
  • er wordt wel getest op lymeziekte maar het komt onterecht niet uit de test of de uitslag wordt weggewuifd;
  • de diagnose wordt door een medisch specialist of andere arts dan een huisarts gesteld en valt daardoor buiten de peiling.

Wanneer bij de officiële schattingen ook deze mensen meegeteld zouden worden, is een voorzichtige meer reële schatting dat er jaarlijks meer dan 80.000 mensen de ziekte van Lyme oplopen. Bij deze mensen kan de ziekte verlopen als bijna ongemerkt en zeer mild, tot aan zeer ernstig met chronisch ondraaglijk lijden, én alles daar tussenin.

Dit aantal is 3x zoveel als de officiële berichtgeving. En het is vergelijkbaar met een terugberekening naar het aantal mensen in de bevolking dat antistoffen bij zich draagt (seroprevalentie).

Dit betekent ook dat het aantal mensen met chronische klachten en beperkingen ten gevolge van de ziekte van Lyme veel hoger is dan de officiële schatting.

Voorbeeld van onderrapportage

De cijfers in buurland Duitsland zijn een goed voorbeeld van de massale onderrapportage. In een deel van Duitsland geldt een meldplicht voor de ziekte van Lyme, doorberekend met de deelstaten zonder meldplicht zouden er jaarlijks ongeveer 54.000 mensen de ziekte van Lyme oplopen in heel Duitsland.

Echter uit een bericht van het Zentralinstitut für die Kassenärtzliche Versorgung in Deutschland (ZI) (het instituut dat o.a. de door zorgverzekeringen vergoede medische zorg analyseert) blijkt dat in het jaar 2021 bij 325.000 wettelijk verplicht verzekerden de ziekte van Lyme werd gediagnosticeerd. Dat is 6x zoveel! Bedenk dat in deze aantallen niet eens de particuliere of niet-verzekerden zijn meegerekend én niet de mensen die nog niet zijn gediagnosticeerd. Deze cijfers staan in schril contrast met de officiële cijfers.

Gevolgen van de onrealistische cijfers

Uiteraard heeft onderrapportage grote gevolgen voor de erkenning van de ernst en grootte van het probleem, en daarmee kennis en aandacht voor lymeziekte in de medische wereld en politiek, en hulp en oplossingen voor patiënten.

Tekortkomingen bij de huidige tellingen

Lymepatiënten zonder EM

Heb je een EM dan heb je de ziekte van Lyme. Echter lang niet iedereen krijgt, ontdekt of herkent een EM. Als je al een EM krijgt dan wordt deze gemakkelijk gemist, doordat je er meestal niks van voelt, het EM op een moeilijk zichtbare plek kan zitten, en het EM ook vanzelf weer kan verdwijnen (maar dit betekent niet dat de bacterie weg is). Daarbij komt dat een beet van een teek zelf ook al vaak ongemerkt verloopt, en de link dan niet direct wordt gelegd.

Huisartsen herkennen een EM niet altijd, je krijgt bijv. te horen om af te wachten of je krijgt een zalfje, terwijl er zo snel mogelijk antibiotica nodig is. En soms kan het EM er wat afwijkend uitzien. Maar ook de mensen zelf zijn nog onvoldoende voorgelicht: bijna 1 op de 5 mensen (18%) gaat niet met een EM naar de huisarts (‘ik had er geen last van’, ‘het ging vanzelf weg’) blijkt uit de Lyme Preventie Monitor (nu TekenkennisTest) die is ingevuld door ruim 8.500 mensen.

Studies onder patiënten tonen grote variatie in de waarneming van een EM [9]:

  • In verschillende Nederlandse studies melden 27-90% van de patiënten een EM.
  • In Nederlandse huisartsendata wordt > 90% gevonden, maar daar wordt dan ook op gemonitoord door huisartsen.
  • Bij meerdere Europese studies naar neuroborreliose had slechts 22-25% een EM.
  • In grote patiëntenstudies in Nederland, Frankrijk en de VS melden 34-56% een EM.

Dit betekent dat globaal 30–70% van de infecties zonder herkenbare huiduitslag kan verlopen, waardoor veel infecties waarschijnlijk niet in de vroege fase worden herkend.

Andere symptomen worden niet herkend

Het herkennen van andere symptomen van de ziekte van Lyme kan lastig zijn voor zowel arts als patiënt. Allereerst doordat er een grote diversiteit aan symptomen kan ontstaan. Bovendien ontstaan ze vaak traag: de eerste symptomen kunnen in de loop van weken tot maanden na een tekenbeet ontstaan, maar soms ook pas jaren erna. Daarnaast zijn bijna alle symptomen niet specifiek voor lymeziekte, dat betekent dat ze ook bij andere ziekten en aandoeningen kunnen voorkomen.

Vooral wanneer de tekenbeet ongemerkt is verlopen, wordt niet altijd (en snel genoeg) aan lymeziekte gedacht of de mogelijkheid wordt weggewuifd. Ook wordt vaak alleen gelet op typische symptomen, zoals het EM of een ontstoken knie, maar worden patiënten met atypische symptomen gemist en zij kunnen een verkeerde diagnose krijgen.

Lees hier meer over de symptomen en hoe ze te herkennen.

Beperkingen van bloedonderzoek

Heb je geen EM, maar wel andere symptomen die kunnen passen bij lymeziekte, dan wordt bloedonderzoek gebruikt als ondersteuning bij de diagnose. Met serologische testen (ELISA en (immuno)blot) wordt dan gezocht naar antistoffen in het bloed tegen de Borrelia-bacterie. De betrouwbaarheid hiervan is echter beperkt. Ook kunnen de resultaten per laboratorium en per test onderling verschillen.

Kom je bij de huisarts met symptomen die kunnen passen bij lymeziekte, dan wordt soms in het geheel geen test aangevraagd, soms wordt de uitslag ervan niet serieus genomen of vaak wordt er juist te sterk afgegaan op de testresulaten terwijl veel lymepatiënten door deze testen worden gemist:

Volgens een systematische review van het European Centre of Disease Control (ECDC) [10]:

  • Bij vroege lymeziekte met EM worden slechts bij ongeveer de helft van de patiënten antistoffen aangetoond.
  • Bij neuroborreliose (3-16% van alle lymepatiënten) worden slechts bij 77% antistoffen in het bloed aangetoond, dus bijna 1 op de 4 patiënten met neuroborreliose worden gemist.
  • bij ongespecificeerde lymeziekte worden slechts bij 73% antistoffen aangetoond, en dus 27% gemist.

In een Nederlandse studie [3]:

  • had 63% van de EM-patiënten geen aantoonbare antistoffen met ELISA,
  • en bleef 78% zelfs na drie maanden nog seronegatief met immunoblot.

Één van de redenen van het niet kunnen aantonen van antistoffen is dat de Borrelia-bacterie vanwege de bijzondere eigenschappen, waaronder het ontregelen van het immuunsysteem, ervoor kan zorgen dat niet iedere lymepatiënt antistoffen ontwikkelt [11]. Meer redenen van het falen van tests lees je op onze diagnosepagina.

Berekening van het werkelijke aantal patiënten

Aantal patiënten op basis van prospectieve studies

Er zijn nog maar weinig studies gedaan die grote aantallen mensen volgen voor een bepaalde periode (prospectief). En de studies die er zijn, hebben vaak een erg beperkte volgtijd. Een studie in Nederland is uitgevoerd in 2013 [3]. De conclusies zijn als volgt:

  • Bij 2,6% van de mensen ontstaat een EM, en dus de ziekte van Lyme.
  • Bij 3,2% ontstaat een positieve bloeduitslag (oftewel seroconversie: van geen antistoffen naar wel antistoffen).
  • Het besmettingsrisico na een tekenbeet is 5,1% (met een deel overlap).

Van deze besmette mensen kreeg het merendeel typische en atypische symptomen, daarentegen had 14% van de besmette mensen geen symptomen [3, tabel 2]. Deze studie beperkt zich tot een volgtijd van 3 maanden na de beet. Wanneer de patiënten worden meegenomen die ná drie maanden ziek worden is het werkelijke aantal patiënten hoger. Uit een grote Franse studie uit 2024 onder 3.509 patiënten die wel langere tijd werden gevolgd blijkt dat [12, figuur 6]:

  • 15% van de EM’s pas ná drie maanden ontstaat;
  • tot 25% van de lymesymptomen (EM en andere uitingen) later dan drie maanden na de beet optreedt.

Voor Nederland zou dat betekenen dat het risico op alleen al een EM na een tekenbeet niet op 2,6% maar op 3,1% ligt. En inclusief de seroconversie (3,2%) is dat al 5,6% risico per tekenbeet.
Dit laatste zal iets lager liggen vanwege enige overlap door de patiënten die beide hadden.

Aantal patiënten op basis van seroprevalentie

Een andere veelgebruikte manier om aantallen patiënten van infectieziektes in te schatten is via seroprevalentie: het percentage mensen met antistoffen in hun bloed tegen - in dit geval - de Borrelia-bacterie. Diverse studies tonen een seroprevalentie van ongeveer 4–6% in de Nederlandse bevolking [13, 14].

Dit aantal wordt gedeeld door het aantal jaren dat de antistoffen in het bloed blijven. Uit een Duitse studie uit 2023 blijkt dat gemiddeld 10 jaar een aannemelijk uitgangspunt is [15].

Een studie uit 2024 geeft een overzicht van het aantal mensen dat besmet raakt in Nederland per jaar bij verschillende periodes dat antistoffen nog aantoonbaar zijn in het bloed [16]. Bij 10 jaar antistoffen in het bloed komen zij uit op 87.161 besmettingen per jaar. Bij 1,5 miljoen tekenbeten per jaar is dit een risico van 5,8% per tekenbeet.

Hierbij moeten een paar kanttekeningen worden geplaatst:
Enerzijds krijgt niet iedereen die besmet raakt ook daadwerkelijk symptomen. In een langdurige vaccinstudie werd aangetoond dat 7-11% geen symptomen had [17]. Halen we dit percentage eraf dan zou het risico op ziekte 5,3% per tekenbeet zijn, bijna 80.000 lymepatiënten per jaar.

Anderzijds worden patiënten gemist vanwege de bovengenoemde beperkingen van bloedonderzoek en omdat vroege behandeling er ook juist voor kan zorgen dat als er aantoonbare antistoffen zijn, deze ook weer heel vlot verdwijnen.

In werkelijkheid zal het aantal dus hoger zijn dan 80.000 lymepatiënten per jaar en spreken we daarom over een conservatieve schatting.

Het aantal patiënten met chronische klachten

Volgens het RIVM zijn er ieder jaar ongeveer 1.000-1.500 patiënten met langdurige of blijvende klachten, oftewel chronische lyme-geassocieerde ziekte [18]. Een meer realistische schatting zal hoger liggen, vanwege de niet en te laat herkende patiënten. Het is bekend dat bij een latere diagnose en behandeling (van een verder verspreide oftewel gedissemineerde infectie) het risico op blijvende klachten aanzienlijk groeit.

Een manier om het aantal patiënten met chronische klachten en/of beperkingen (de prevalentie) te berekenen is met prospectieve studies. Hierin worden patiënten over een langere periode gevolgd. De manier waarop patiënten in de studie worden opgenomen (bijvoorbeeld via zorgdatabases, vragenlijsten onder artsen, vanaf een tekenbeet of EM volgen), maakt verschil voor het percentage.

  • In de Prospect Studie heeft in de EM-groep 6% aanhoudende symptomen en in de (vroeg) gedissemineerde lymegroep 13%. Wanneer naar de ernst van de klachten gekeken wordt in vergelijking met klachten bij de gemiddelde bevolking dan zijn de cijfers hoger [19, 20].
  • Uit een reviewstudie uit Duitsland blijkt dat na behandelingen van neuroborreliose gemiddeld 28% klachten houdt [21].
  • De Humtick studie in België, toont aan dat van de vroege/EM patiënten 5,9% symptomen houdt, en van de laat/gedissemineerden 20,9% symptomen houdt [22].

In de berekening gaan we uit van gemiddeld 13% van 80.000 lymepatiënten, dat zijn 10.400 mensen per jaar. Bij de EM-patiënten, met een tijdige behandeling, zal een lager percentage symptomen blijven houden, daarentegen zal bij de patiënten die laat (kan maanden tot vele jaren duren) of nooit gediagnosticeerd worden het percentage véél hoger liggen. Zij blijven jarenlang of zelfs levenslang ziek.

Met een gemiddelde ziekteduur van 10 jaar [23], kan conservatief worden geconcludeerd dat er op dit moment in Nederland ruim 100.000 mensen lijden aan chronische klachten en/of beperkingen als gevolg van de ziekte van Lyme.

De zorgwekkende conclusie

  • Het risico op de ziekte van Lyme is 2x zo groot als wordt gedacht.
  • Ieder jaar lopen meer dan 80.000 mensen de ziekte van Lyme op.
  • Er zijn ieder jaar 3x zoveel mensen die lymeziekte oplopen dan wordt gedacht.
  • Maarliefst 2 van de 3 vroege lymepatiënten wordt gemist.
  • Bijna 1 op de 4 patiënten met neuroborreliose wordt gemist.
  • Bij latere diagnose verdubbelt het risico op blijvende klachten als gevolg van de ziekte van Lyme.
  • Er zijn meer dan 100.000 mensen met chronische klachten door lymeziekte.
  • Er zijn bijna 10x zoveel patiënten met chronische klachten als formeel wordt geschat.

Verklaring voor de toename van het aantal teken

De toename van het aantal teken is gekoppeld aan vele ecologische en menselijke factoren zoals klimaatverandering, landschapsbeheer, meer groen in de stad, migratie van dieren zoals vogels en hoefdieren, toegenomen populariteit van buitenactiviteiten en veranderingen van landgebruik.

Daarbij zorgen ook publieksvoorlichting en media-aandacht ervoor dat meer teken en tekenbeetziekten worden opgemerkt.

De verwachting voor de toekomst

De verwachting is dat in de komende jaren het aantal teken, het aantal mensen dat een tekenbeetziekte oploopt en daarmee ook het aantal chronische tekenbeetziekte-patiënten toeneemt, maar ook het aantal voor Nederland nieuwe tekensoorten en nieuwe tekenbeetziekten.

Dit is bijvoorbeeld al waargenomen voor het TBE-virus waarvan de eerste patiënt in 2016 werd gemeld, en Borrelia miyamotoi ziekte waarvan de eerste patiënt in 2013 werd gemeld, de Dermacentor teek die sinds 2004 steeds meer wordt gezien en de reuzenteek die sinds 2018 in toenemende mate wordt gezien.

Over de reuzenteek waarschuwt het ECDC dat Nederland door klimaatverandering een risicogebied vormt waar deze teek zich permanent kan gaan vestigen. Klik hier voor meer info over deze tekensoorten.

Bronnen

[1] CBO richtlijn Lymeziekte 2013 www.rivm.nl/documenten/cbo-richtlijn-lymeziekte-juli-2013

[2] Hofhuis A, van de Kassteele J, Sprong H, van den Wijngaard CC, Harms MG, Fonville M, Docters van Leeuwen A, Simões M, van Pelt W. Predicting the risk of Lyme borreliosis after a tick bite, using a structural equation model. PLoS One. 2017 Jul 24;12(7):e0181807. doi: 10.1371/journal.pone.0181807. PMID: 28742149; PMCID: PMC5524385.
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/28742149/

[3] Hofhuis A, Herremans T, Notermans DW, Sprong H, Fonville M, van der Giessen JW, van Pelt W. A prospective study among patients presenting at the general practitioner with a tick bite or erythema migrans in The Netherlands. PLoS One. 2013 May 16;8(5):e64361. doi: 10.1371/journal.pone.0064361. PMID: 23696884; PMCID: PMC3655959. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23696884/

[4] Jahfari S, Hofhuis A, Fonville M, van der Giessen J, van Pelt W, Sprong H. Molecular Detection of Tick-Borne Pathogens in Humans with Tick Bites and Erythema Migrans, in the Netherlands. PLoS Negl Trop Dis. 2016 Oct 5;10(10):e0005042. doi: 10.1371/journal.pntd.0005042. PMID: 27706159; PMCID: PMC5051699. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/27706159/

[5] Onderzoeksrapport Lyme, een onderschat probleem uit 2011, door de Lymevereniging i.s.m. de Ombudsman.

[6] Onderzoeksrapport MyLymeData, uit 2025 onder 19.000 lymepatiënten.

[7] www.biomaatschappij.nl/artikel/koorts-na-een-tekenbeet-soms-iets-anders-dan-lymeziekte/

[8] D. Hoornstra, J.W. Hovius, H. Sprong. Andere tekenbeetziekten. Ned Tijdschr Geneeskd. 2020;164:D4603

[9] De onderbouwing voor het optreden van het EM bij 30-70% van de patiënten: bekijk hier de bronnenlijst van wetenschappelijke studies en onderzoeken.

[10] https://www.ecdc.europa.eu/sites/default/files/media/en/publications/Publications/lyme-borreliosis-diagnostic-accuracy-serological-tests-systematic-review.pdf

[11] Anderson C, Brissette CA. The Brilliance of Borrelia: Mechanisms of Host Immune Evasion by Lyme Disease-Causing Spirochetes. Pathogens. 2021 Mar 2;10(3):281. doi: 10.3390/pathogens10030281. PMID: 33801255; PMCID: PMC8001052.
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/33801255/

[12] Perthame E, Chartier L, George JC, Varloud M, Ferquel E, Choumet V. Case presentation and management of Lyme disease patients: a 9-year retrospective analysis in France. Front Med (Lausanne). 2024 Jan 17;10:1296486. doi: 10.3389/fmed.2023.1296486. PMID: 38298513; PMCID: PMC10829333. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC10829333/. Met extra ontvangen data.

[13] Burn L, Pilz A, Vyse A, Gutiérrez Rabá AV, Angulo FJ, Tran TMP, Fletcher MA, Gessner BD, Moïsi
JC, Stark JH. Seroprevalence of Lyme Borreliosis in Europe: Results from a Systematic Literature
Review (2005-2020). Vector Borne and Zoonotic Diseases. 2023 Apr;23(4):195-220. doi:
10.1089/vbz.2022.0069. PMID: 37071401; PMCID: PMC10122246.

[14] Hoeve-Bakker BJA, van den Berg OE, Doppenberg HS, van der Klis FRM, van den Wijngaard
CC, Kluytmans JAJW, Thijsen SFT, Kerkhof K. Seroprevalence and Risk Factors of Lyme
Borreliosis in The Netherlands: A Population-Based Cross-Sectional Study. Microorganisms.
2023 Apr 20;11(4):1081. doi: 10.3390/ microorganisms11041081. PMID: 37110504; PMCID:
PMC10143428.

[15] Böhm S, Woudenberg T, Stark K, Böhmer MM, Katz K, Kuhnert R, Schlaud M, Wilking H, Fingerle V. Seroprevalence, seroconversion and seroreversion of Borrelia burgdorferi-specific IgG antibodies in two population-based studies in children and adolescents, Germany, 2003 to 2006 and 2014 to 2017. Euro Surveill. 2023 Aug;28(34):2200855. doi: 10.2807/1560-7917.ES.2023.28.34.2200855. PMID: 37616114; PMCID: PMC10451011.
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/37616114/

[16] Vyse A, Colby E. Using Catalytic Models to Interpret Age-Stratified Lyme Borreliosis Seroprevalence Data: Can This Approach Help Provide Insight into the Full Extent of Human Infection Occurring at the Population Level? Microorganisms. 2024 Dec 19;12(12):2638. doi: 10.3390/microorganisms12122638. PMID: 39770840; PMCID: PMC11678136.
https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC11678136/

[17] Steere AC, Sikand VK, Schoen RT, Nowakowski J. Asymptomatic infection with Borrelia burgdorferi. Clin Infect Dis. 2003 Aug 15;37(4):528-32. doi: 10.1086/376914. Epub 2003 Jul 30. PMID: 12905137. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/12905137/

[18] Van den Berg OE, Harms MG, Tulen AD, Brown VD, de Kassteele JV, Hofhuis A, van den Wijngaard CC. Trends in incidence of tick bites and physician-reported early and late Lyme borreliosis in the Netherlands. Ticks Tick Borne Dis. 2025 Nov;16(6):102561. doi: 10.1016/j.ttbdis.2025.102561. Epub 2025 Oct 30. PMID: 41172651.
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/41172651/

[19] Ursinus J, Vrijmoeth HD, Harms MG, Tulen AD, Knoop H, Gauw SA, Zomer TP, Wong A, Friesema IHM, Vermeeren YM, Joosten LAB, Hovius JW, Kullberg BJ, van den Wijngaard CC. Prevalence of persistent symptoms after treatment for lyme borreliosis: A prospective observational cohort study. Lancet Reg Health Eur. 2021 May 27;6:100142. doi: 10.1016/j.lanepe.2021.100142. Erratum in: Lancet Reg Health Eur. 2023 Mar 15;27:100622. doi: 10.1016/j.lanepe.2023.100622. PMID: 34557833; PMCID: PMC8454881. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/34557833/

[20] Vrijmoeth HD, Ursinus J, Harms MG, Tulen AD, Baarsma ME, van de Schoor FR, Gauw SA, Zomer TP, Vermeeren YM, Ferreira JA, Sprong H, Kremer K, Knoop H, Joosten LAB, Kullberg BJ, Hovius JW, van den Wijngaard CC. Determinants of persistent symptoms after treatment for Lyme borreliosis: a prospective observational cohort study. EBioMedicine. 2023 Dec;98:104825. doi: 10.1016/j.ebiom.2023.104825. Epub 2023 Nov 27. PMID: 38016860; PMCID: PMC10755112.
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/38016860/

[21] Dersch R, Sommer H, Rauer S, Meerpohl JJ. Prevalence and spectrum of residual symptoms in Lyme neuroborreliosis after pharmacological treatment: a systematic review. J Neurol. 2016 Jan;263(1):17-24. doi: 10.1007/s00415-015-7923-0. Epub 2015 Oct 12. PMID: 26459093.
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26459093/

[22] Geebelen L, Lernout T, Devleesschauwer B, Kabamba-Mukadi B, Saegeman V, Belkhir L, De Munter P, Dubois B, Westhovens R; Humtick Hospital Group; Van Oyen H, Speybroeck N, Tersago K. Non-specific symptoms and post-treatment Lyme disease syndrome in patients with Lyme borreliosis: a prospective cohort study in Belgium (2016-2020). BMC Infect Dis. 2022 Sep 28;22(1):756. doi: 10.1186/s12879-022-07686-8. PMID: 36171561; PMCID: PMC9518937.
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/36171561/

[23] Onderbouwing van de ziekteduur van patiënten met aanhoudende klachten: bekijk hier de bronnenlijst van wetenschappelijke studies en onderzoeken.

Laatst gewijzigd: 7 apr. 2026