De diagnose van de ziekte van Lyme

Diagnose bij een EM na de tekenbeet

Als je na een tekenbeet een rode ring (erythema migrans, afgekort EM) krijgt, is dat het bewijs dat je de ziekte van Lyme hebt. In deze situatie is verder onderzoek overbodig en zal direct overgegaan moeten worden tot behandeling met antibiotica. Het EM kan gedurende enkele weken tot maanden zichtbaar blijven en verdwijnt vanzelf, ook zonder behandeling. Dat het EM verdwijnt is géén teken dat de besmetting/ziekte over is!

Het lastige is dat er frequent diverse a-typische vormen van EM voorkomen, waardoor het EM niet altijd herkend of erkend wordt. Verzoek ook om een behandeling als er sprake is van een a-typische EM. Bekijk hier wat voorbeelden van een EM. Een op een EM lijkende vlek kan ook door enkele andere oorzaken, zoals de beet van bepaalde spinnen ontstaan. Bij mensen met een donkere huidskleur is het EM moeilijker herkenbaar en kan die lijken op bijv. een blauwe plek. Uitgebreide informatie over het EM lees je hier: www.tekenbeetziekten.nl/de-ziekte-van-lyme/symptomen.

Als de arts twijfelt of er sprake is van een EM, kan via een huidbiopt (weefselmonster van enkele mm doorsnee van de rand van de EM) en PCR meer zekerheid verkregen worden. Een PCR test of huidbiopt is zeer gevoelig, deze optie is echter vrij onbekend en niet algemeen beschikbaar;  een negatieve test kan besmetting niet uitsluiten. 
N.B.: een diffuse lichtrode vlek die direct na een tekenbeet ontstaat rond de beetwond en na enige dagen weer verdwijnt, is vrijwel zeker géén EM.

Erythema migrans (EM) na een tekenbeet, is het bewijs van de ziekte van Lyme,
maar deze treedt slechts bij een gedeelte van de Lyme-patië
nten op.

Testen direct na de tekenbeet

In het algemeen heeft het geen zin om je te laten testen als je door een teek gebeten bent en geen verdachte symptomen opmerkt. Het heeft zeker geen zin om vlak na een tekenbeet onderzoek te doen naar antilichamen in het bloed. Het lichaam heeft voldoende tijd nodig om antilichamen aan te maken. Voor de standaard bloedtesten zoals Elisa en Western Blot duurt dit minimaal 3-8 weken. 

Er bestaan andere testen die in principe wél in een vroeg stadium gebruikt kunnen worden zoals PCR (-sequencing) en diverse cellulaire testen die in ontwikkeling zijn; deze testen zijn echter niet algemeen beschikbaar, ze worden meestal niet vergoed en de testuitslag wordt ook niet altijd erkend.

De teek testen op ziekteverwekkers

De mogelijkheid bestaat om de teek op eigen kosten te laten onderzoeken op de Borrelia-bacterie (zie ook Wat te doen bij een tekenbeet?). Met een positief geteste teek weet je dat je een aanzienlijk risico hebt op de ziekte van Lyme.

Desondanks geeft een dergelijke test geen zekerheid; je kunt besmet geraakt zijn door een teek die je niet gezien hebt en die dus niet getest wordt, een teek die volgens de test geen Borrelia (meer) bevat heeft misschien toch de Lyme-bacterie of andere ziekteverwekkers overgebracht, je raakt (vooral wanneer de teek nog maar kort zat vastgebeten en zich nog niet had volgezogen) niet altijd besmet van een beet van een besmette teek, en een besmetting leidt niet altijd tot ziekte.

Diagnose bij het ontstaan van andere klachten

Als er klachten ontstaan, moet er nagegaan worden of je een tekenbeet hebt gehad of dat je blootgesteld bent aan teken en of er een EM is waargenomen. De diagnose Lyme wordt aannemelijker als andere ziekten kunnen worden uitgesloten. De ziekte van Lyme kan echter diverse symptomen veroorzaken, die ook kunnen passen bij andere ziekten. Wel kan de combinatie van een aantal specifieke klachten de ziekte van Lyme aannemelijk maken. Je leest hier alles over de symptomen.

De betrouwbaarheid van de huidige testen (ELISA en Western Blot) is verre van optimaal. Lees daar meer over in het artikel Waarom is er geen betrouwbare test voor de ziekte van Lyme?

Door gebruik van andere testmethodes in aanvulling op of in plaats van een standaard bloedtest, kun je meer zekerheid krijgen, maar een negatief testresultaat geeft nooit garantie dat je niet besmet bent. In geval van twijfel moeten de symptomen en niet de testuitslag de doorslag geven.

Het is lastiger als iemand geen weet heeft gehad van een tekenbeet en/of als er geen EM is waargenomen. In zeker 50% van alle Borrelia-besmettingen is er geen EM opgetreden of gezien. In dat geval kunnen er, snel na een beet maar ook jaren erna, klachten optreden. In die situatie is het vele malen lastiger een sluitende diagnose te stellen.

Er bestaan geen testen die absolute duidelijkheid kunnen geven. De standaard bloedtesten voor Lyme hebben diverse fundamentele problemen. Vooral in de eerste weken/maanden na besmetting zijn ze relatief ongevoelig en wordt een meerderheid van de infecties gemist. In latere stadia van de ziekte wordt de gevoeligheid meestal beter, maar dan neemt ook het risico toe dat de behandeling niet meer goed werkt en de ziekte chronisch wordt. Ook in een later stadium kan door diverse redenen de bloedtest ten onrechte een negatief resultaat geven (zie hierna). Ook over de betekenis van een positieve testuitslag is discussie mogelijk. 

Directe testen zoals PCR zijn niet afhankelijk van de immuunreactie van de patiënt, maar deze testen hebben vaak weer andere beperkingen. De diagnose van de ziekte van Lyme zou gebaseerd moeten zijn op de ziektegeschiedenis en de symptomen. De resultaten van testen zouden gebruikt moeten worden ter ondersteuning van de diagnose.
De patiëntenbrief uitgegeven door de NHG (Nederlandse Huisartsen Genootschap) is recent bijgesteld. Over bloedonderzoek wordt vermeld: “Bloedonderzoek is meestal niet zinvol, omdat daarmee geen sluitend bewijs geleverd kan worden voor de ziekte van Lyme”.

Niet alleen de Borrelia bacterie hoeft verantwoordelijk te zijn voor de klachten. Teken kunnen ook besmet zijn met andere ziekteverwekkers die andere door teken overdraagbare ziekten kunnen veroorzaken en waarvan de symptomen vaak overlap vertonen met die van de ziekte van Lyme. De onbekendheid van het gelijktijdig met Borreliose bestaan van andere tekenbeetziekten, dan ook wel co-infecties genoemd, is groot. De meest voorkomende andere tekenbeetziekten zijn: Anaplasmose/Ehrlichiose, Babesiose, Rickettsiose, Bartonellose en de door Mycoplasma’s veroorzaakte ziekten. Lees meer bij andere tekenbeetziekten. Voor de testen op deze ziekten gelden vaak vergelijkbare beperkingen als bij de ziekte van Lyme.

De testen voor de ziekte van Lyme

De meest gebruikte testen bij de ziekte van Lyme zoeken op antistoffen tegen de Borrelia bacterie in het bloed van de patiënt. Bij deze testen wordt de bacterie niet rechtstreeks aangetoond. De indirecte testmethode zorgt dat er veel discussie mogelijk is over de precieze betekenis van de testuitslag. Ook testen zoals de LTT, die gebaseerd zijn op andere delen van het afweersysteem, zijn indirect.

Bij directe testen zoals PCR, kweek en microscopie wordt de bacterie zelf aangetoond en is over de betekenis van een positieve uitslag weinig discussie mogelijk, maar deze testen zijn om diverse redenen minder gangbaar.

Ervaring leert dat de resultaten van verschillende testmethodes elkaar frequent tegenspreken; geen enkele test is onder alle omstandigheden optimaal. 

N.B.: namen zoals Elisa, LTT of PCR zijn testprincipes die ook voor allerlei andere soorten diagnose (bijvoorbeeld andere infectieziekten) gebruikt worden. Eigenlijk zou daarom gesproken moeten worden van bijvoorbeeld ‘Lyme Elisa’ of ‘Borrelia PCR’ maar die toevoeging wordt meestal weggelaten.

Hieronder worden diverse testen besproken.

De tests op antistoffen: ELISA en Western blot

De meest gebruikte tests zijn de Elisa (of EIA, ongeveer hetzelfde) en de Westernblot (of immunoblot). In de Nederlandse praktijk wordt de Westernblot voornamelijk uitgevoerd ter controle van een positieve Elisa test (een negatieve Elisa wordt - ten onrechte - niet verder gecontroleerd). De combinatie van Elisa en Westernblot wordt aangeduid als ‘tweestapsprotocol’; dit is in de meeste Westerse landen de officiële manier voor aantonen van de ziekte van Lyme. Bij deze testen zoekt men naar antilichamen tegen de Borrelia bacterie in het bloed van de patient.

De antilichamen verschijnen pas enige tijd na de infectie (eerst IgM, later IgG) en zijn na minimaal 3-6 weken redelijk betrouwbaar te meten; testen kort na infectie heeft dus geen zin. Om allerlei redenen is het mogelijk dat – ook in een later stadium van de ziekte – er ondanks aanwezigheid van Borrelia onvoldoende antilichamen aanwezig of meetbaar zijn. Aanwezigheid van IgM antistoffen tegen Borrelia kan onder bepaalde omstandigheden een aanwijzing zijn voor een recente/actieve infectie.

Anderzijds kunnen de antilichamen (met name IgG) nog jarenlang aanwezig blijven, ook als de patiënt al volledig hersteld is van de ziekte. Op basis van een positieve test kan men dus niet met zekerheid zeggen of de infectie nog aanwezig is en een negatieve test sluit de ziekte niet uit.

De ELISA test

Bij de ELISA test wordt de totale hoeveelheid IgM en IgG antistoffen tegen één of enkele kenmerkende Borrelia antigenen gemeten. Wanneer de hoeveelheid boven een bepaalde grenswaarde komt, is de test ‘positief’ (infectie met Borrelia aangetoond); onder die grenswaarde is de test ‘negatief’ (geen infectie aangetoond). Soms wordt bij lage waardes aangegeven ‘dubieus’ of iets dergelijks. De bepaling van de grenswaarde kan per test/lab verschillen en is vaak discutabel. De Borrelia antigenen waarop getest wordt, zijn nooit 100% specifiek voor Borrelia; sommige komen ook bij andere bacteriën voor en ook een reactie met menselijke antigenen kan voorkomen. De test kan daarom in principe ook positief zijn als er géén Borrelia besmetting is (‘fout-positief’). Anderzijds kan de test om allerlei redenen ten onrechte negatief uitvallen (‘fout-negatief’).

De Western blot test

Bij de Western blot / immunoblot test wordt een vergelijkbaar principe gebruikt als bij ELISA. In dit geval wordt echter niet de totale hoeveelheid antistoffen gemeten, maar de reactie tegen een aantal (10-20) verschillende Borrelia antigenen wordt zichtbaar gemaakt via banden in een zogenaamde blot. Dit geeft een meer gedifferentieerd beeld wat bij deskundige interpretatie meer informatie kan opleveren dan de ELISA; zo worden in latere stadia van de ziekte soms andere banden in de blot zichtbaar. Wanneer er sprake is van voldoende voor Borrelia specifieke banden wordt de blot als positief beschouwd.

Bij zowel ELISA als Western blot test wordt in veel ‘nieuwere’ testkits (van de laatste 15 jaar) gebruik gemaakt van recombinant antigenen. Dit zijn antigenen die in de natuur niet voorkomen bij Borrelia maar speciaal zijn samengesteld voor gebruik in de diagnostische tests. Het bekendste voorbeeld van zo’n recombinant antigen is het C6 peptide dat gebruikt wordt in o.a. de C6 ELISA test. C6 komt overeen met een klein invariant gedeelte van het hypervariabele Borrelia VlsE oppervlakte eiwit. VlsE komt al in een vroeg stadium van de infectie tot expressie en dit zou een vroegere detectie van Lyme mogelijk maken, volgens sommige studies al 2 weken na infectie. Door gebruik van recombinant antigenen zoals C6 zouden de testkits ook gevoeliger én specifieker worden en de blots makkelijker af te lezen zijn; de werkelijkheid is vaak minder ideaal dan het wordt voorgesteld.

IDSA-onderzoekers en hun aanhangers in Nederland stellen vaak dat één simpele C6 ELISA testkit vergelijkbaar presteert als het tweestaps protocol (wat op zich al geen aanbeveling is …). C6 testkits worden de laatste jaren sterk gepusht maar onderzoeken over de kwaliteit van deze tests zijn vaak tegenstrijdig, met name als het gaat om gebruik buiten de VS waar meer verschillende Borrelia varianten voorkomen. De informatie van officiële ‘Lyme experts’ is vaak sterk gekleurd mede vanwege patent belangen rond C6. Het is duidelijk dat deze experts niet geïnteresseerd zijn in een eerdere en gevoeliger detectie van Borrelia. Hun enige doel is het aantal ‘fout-positieven’ bij de tests zo klein mogelijk te maken (‘niks aan de hand’), met als gevolg talloze fout-negatieve testuitslagen.

Talloze varianten van de antistoffentests: een ware ‘loterij’

Van zowel ELISA als Western blot testen zijn er talloze varianten in omloop, met verschillende eigenschappen. Testresultaten worden soms ook nog door verschillende labs op een andere manier geïnterpreteerd. Patiënt en aanvragend arts krijgen lang niet altijd te horen welke test gebruikt is en wat de exacte uitkomst was (meestal alleen de conclusie, ‘positief’ of ‘negatief’). Ook de labs zelf weten niet altijd hoe hun eigen testen presteren. Dit zorgt er – naast niet te voorkomen technische beperkingen – voor dat de antistoffen testen een ware ‘loterij’ voor de patiënt worden.

Duidelijk is dat de antistoffentesten in de eerste maanden na infectie een meerderheid (60-70%) van de infecties missen; maar ook in de latere fase van Lyme komen fout-negatieve uitslagen regelmatig voor. Helaas hebben de ‘deskundigen’ vooral oog voor het risico op fout-positieve testresultaten; bij recente testen is de kans hierop doorgaans vrij klein (1-5%?). Over de exacte interpretatie van de resultaten van een antistoffen test bestaat veel discussie; een negatieve testuitslag bewijst niks en bij een positieve test kan de arts stellen dat er geen bewijs is voor (actieve) infectie. Al met al is het nut van deze testen daarom zeer beperkt.

Enkele mogelijke oorzaken van een foutief negatieve uitslag bij antistoffentesten:

  • Te recente tekenbeet; de antistoffen zijn nog niet meetbaar.
  • Er zijn onvoldoende vrije antilichamen meetbaar als gevolg van binding in immuuncomplexen.
  • Door verstoring van immuunsysteem worden geen antistoffen aangemaakt als gevolg van bijvoorbeeld andere ziekte(n) of afwijkende HLA-genen.
  • Recent antibioticagebruik of medicijnen die de afweer onderdrukken zoals corticosteroïden.
  • Er is sprake van een andere Borrelia stam, waarvoor de test niet geschikt is.
  • De bacterie zit diep in het weefsel c.q. zenuwstelsel of is ingekapseld.
  • Testresultaten worden verkeerd beoordeeld bijvoorbeeld als gevolg van foute referentiewaarden of te strikte interpretatie van criteria.
  • Onvoldoende gevoeligheid van de testen. (De gevoeligheid is in de praktijk vaak veel lager dan fabrikanten beweren.)

Zie voor meer technische informatie www.borreliose.nl/serologie

Het aantonen van DNA van de bacterie met een PCR test

PCR (Polymerase Chain Reaction) is een algemene aanduiding voor testen waarbij DNA van de Borrelia bacterie wordt aangetoond in een monster van de patiënt (bijv. weefselbiopt, bloed of urine). Door de PCR-reactie wordt een minieme hoeveelheid Borrelia DNA in het monster extreem vermenigvuldigd, waardoor het gedetecteerd kan worden. PCR is een directe test, die in tegenstelling tot de traditionele serologische testen, ook werkt als bijvoorbeeld de afweer van de patiënt niet in orde is en die geen ‘wachttijd’ van weken/maanden heeft vanaf het moment van infectie.

Een positieve PCR-uitslag is een ondubbelzinnig bewijs van infectie met Borrelia, mits de testprocedure in alle opzichten in orde is. Fout-positieve resultaten kunnen sporadisch optreden door o.a. een foute keuze van primers of target voor de PCR-reactie, of door verontreiniging in het laboratorium. Dit is helaas niet simpel na te gaan voor de patiënt. PCR is in principe een zeer specifieke en gevoelige test, maar er zijn talloze varianten die ieder zo hun eigen voor- en nadelen hebben en geen van allen zijn degelijk 'bewezen' door gebrek aan onafhankelijk onderzoek. Bij een PCR test van bloed- of urinemonsters kan de gevoeligheid een probleem zijn, een negatieve testuitslag zegt dan weinig.

Een nieuwere variant van PCR is PCR-sequencing, waarbij in geval van een positieve uitslag ook nog de exacte code van het gevonden Borrelia DNA bepaald wordt door zogenaamde DNA sequencing. De sequencing maakt de test extra betrouwbaar en kan laten zien om welke Borrelia variant het gaat, wat nuttig kan zijn bij diagnose, prognose en behandeling.

PCR wordt inmiddels gebruikt voor de diagnose van talrijke infectieziekten bij mensen, alleen bij Lyme wordt dit met soms bizarre argumentatie afgeraden … Ook binnen de diergeneeskunde wordt PCR al volop gebruikt, inclusief PCR op bloed of urine voor diagnose van de ziekte van Lyme en diverse tekenbeet co-infecties.

Het meten van de cellulaire afweer

Een cellulaire test is net als de standaard serologische testen een indirecte test die gebaseerd is op de afweerreactie van ons lichaam tegen de Borrelia bacterie. Testen zoals Elisa en Western blot meten de reactie van de humorale afweer (antilichamen) op blootstelling aan Borrelia, terwijl een cellulaire test wordt gebaseerd op de cellulaire afweer, de reactie van bepaalde afweercellen (T-lymfocyten) uit het bloed van de patiënt op blootstelling aan Borrelia antigenen. Deze testen zijn nuttig omdat het een ander – maar niet helemaal onafhankelijk – deel van de afweer betreft dan bij de standaard serologie.

Cellulaire tests zouden kunnen aangeven of er sprake is van recente blootstelling van de afweercellen aan Borrelia, d.w.z. een actieve infectie. De test is geschikt als aanvullende test in geval van seronegativiteit met verdachte symptomen, om een indicatie te krijgen of bij chronische ziekte sprake is van actieve infectie en om het verloop van een behandeling te volgen.

Er zijn diverse varianten van cellulaire tests met verschillende eigenschappen; zo is er een LTT (Lymphocyte Transformation Test) en een Elispot, die op een verschillende manier de cellulaire immuunrespons meten. De meeste varianten van cellulaire tests zijn onvoldoende bewezen en relatief onbekend. De testresultaten zullen door medici en verzekeraars daarom vaak genegeerd worden.

De LTT-MELISA test kan inmiddels als behoorlijk betrouwbaar aangemerkt worden. De Elispot is een eenvoudiger test die geen verschil kan maken tussen actieve en doorgemaakte infectie maar desondanks nuttig kan zijn als aanvullende test. Een nieuwe versie van de Elispot, LymeSpot genaamd, zou wél actieve infectie kunnen aantonen maar hierover zijn nog geen onafhankelijke publicaties te vinden. Net als bij gewone serologie kan de testuitslag van een cellulaire test ten onrechte negatief zijn.

Het kweken van de Borrelia bacterie

Hierbij probeert men de Borrelia bacterie te kweken vanuit een monster van de patiënt (bijv. bloed of weefsel). Als na verloop van tijd bacteriegroei zichtbaar wordt in het kweekmedium, moet via een bevestigingstest aangetoond worden dat het daarbij ook echt om Borrelia gaat. Dit kan door bijvoorbeeld een combinatie van microscopie en immunofluorescentie of door een PCR test. De methode is dus afhankelijk van andere testen en daardoor is eigenlijk moeilijk te zeggen wat de gevoeligheid en specificiteit van de test zijn.

Kweek werd vroeger als de ‘gouden standaard’ voor Lyme diagnose beschouwd, maar in de praktijk heeft de methode vele problemen. Borrelia groeit traag en het kan weken of zelfs maanden duren voordat de bacterie via kweek wordt aangetoond. Sommige Borrelia soorten zijn helemaal niet te kweken, of alleen met aangepaste kweekmethodes (bijv. Borrelia miyamotoi). De methode is arbeidsintensief en dus duur en wordt alleen in bijzondere omstandigheden toegepast. Vanwege de voor kweek benodigde tijdsduur is de methode per definitie alleen geschikt voor patiënten die al lang ziek zijn en waarbij diagnose met andere methodes onbevredigend was.

Het meten van het aantal CD57 lymfocyten

Deze test meet via antigenen het aantal CD57 lymfocyten, een bepaald soort bloedcellen die helpen om infecties op te ruimen. Met name chronische Lymepatiënten zouden een laag aantal CD57 cellen hebben en bij antibiotica behandeling en herstel van de ziekte zou dit aantal weer omhooggaan, tenminste volgens sommige ILADS-artsen. Ook bij diverse heel andere ziektes kan het aantal CD57 cellen echter verlaagd zijn en er zijn ook chronische Lyme patiënten die wél een normale of zelfs hoge CD57 score hebben. Het is dus niet terecht om de CD57 test een ‘Lyme test’ te noemen. De test heeft beperkte waarde voor Lyme diagnostiek en wordt in Nederland weinig gebruikt.

Onderzoek van hersenvocht middels een lumbaalpunctie

Een lumbaalpunctie (LP, ruggenprik) is een medische procedure voor het verkrijgen van hersenvocht (lumbaalvocht, liquor cerebrospinalis) dat vervolgens onderzocht kan worden met een passende testmethode. Bij een vermoeden van neuroborreliose kan, naast een bloedonderzoek, ook een lumbaalpunctie worden gedaan.

Het hersenvocht wordt onderzocht op antistoffen tegen de Borrelia bacterie en een verhoogd celgehalte (lymfocytaire pleiocytose). Om een onderscheid te kunnen maken of de gevonden antistoffen in het hersenvocht ontstaan zijn, dan wel door de bloed-hersenbarrière gelekt zijn, wordt een antistoffenindex bepaald. Hierbij wordt het gehalte aan antistoffen in het bloed vergeleken met die van het hersenvocht.

Daarnaast kan het hersenvocht onderzocht worden op een verhoogd eiwitgehalte (albumine) en dit vergeleken worden met het eiwitgehalte in het bloed waaruit de albumine-ratio kan worden berekend. Bij de meeste neuroborreliose-patiënten is de bloed-hersenbarriëre verstoord wat zich uit in een sterk verhoogd eiwit gehalte in het hersenvocht of een verhoogde albumine ratio.

Een opvallende bevinding bij vroege neuroborreliose is een dominante, niet specifiek tegen de Borrelia gerichte, IgM productie in het hersenvocht. Het ontbreken van pleiocytose bij neuroborreliose kan soms voorkomen bij lange ziekteduur of na behandeling met antibioticatabletten.

In principe kan in plaats van een antistoffentest ook een PCR test gebruikt worden (dat zou zelfs beter zijn!) maar dit gebeurt nog weinig. Een lumbaalpunctie wordt uitgevoerd door een neuroloog als er symptomen zijn die wijzen op aandoeningen van het zenuwstelsel.

Bij deze tests is de kans groot dat de uitslag negatief is, terwijl iemand wel is geïnfecteerd. Veel neurologen stellen een positieve lumbaalpunctie als voorwaarde voor de diagnose neuroborreliose en dus ook voor behandeling.

De bacterie zichtbaar maken met donkerveld microscopie

Door gebruik van technieken zoals donkerveldverlichting kan een Borrelia spirocheet nét zichtbaar gemaakt worden onder een lichtmicroscoop, al blijft het erg op het randje van de mogelijkheden. Donkerveld microscopie is een erkende diagnosetechniek bij sommige andere spirocheetinfecties (o.a. syfilis, leptospirosis en relapse fever), in de derde wereld vaak als primaire methode en bij ons als alternatief in geval van twijfel. Voor Lyme diagnose wordt gebruik van deze techniek echter afgeraden.

De simpele apparatuur maakt de methode populair bij alternatieve genezers (‘levend bloed analyse’) en bij hobbyisten die daar o.a. op internet over publiceren. Een probleem is dat men vaak allerlei structuren identificeert als ‘Borrelia’ zonder dat daar degelijk bewijs voor is en meestal ook zonder controle (zijn de ‘Borrelia spirocheten’ bijvoorbeeld ook zichtbaar bij gezonde patiënten?). De beperkte resolutie van een lichtmicroscoop en de wisselende verschijningsvorm maken identificatie op het oog ook voor een ervaren laborant zeer moeilijk. Er is dus een aanvullende techniek nodig om te bevestigen dat het om Borrelia gaat; die bevestigingsmethode – bijvoorbeeld via fluorescerende antilichamen tegen Borrelia – is in de praktijk meestal ook niet 100% betrouwbaar.

In het artikel Detectie van borrelia door microscopie werd hierover geschreven door Niek Haak. De methode van de Noorse onderzoekers is vorig jaar nader onderzocht en het lijkt erop dat hun methode niet geschikt is om Lymepatiënten aan te wijzen. Een officiële publicatie hierover hebben we nog niet gezien dus we kunnen niet beoordelen hoe degelijk deze ‘contra-expertise’ is.

Hoewel we denken dat deze diagnosetechniek potentieel interessant is, moeten we het voorlopig afraden en dat geldt dus ook voor ‘levend bloed analyse’ bij verdenking op Lyme.

Fagentest

Een bacteriofaag of kortweg faag is een klein virus dat alleen een specifieke bacterie infecteert. Zo heeft elke bacterie één of meer bijbehorende fagen. Bacteriofagen zijn de ‘natuurlijke’ vijanden van bacteriën en komen overal voor waar bacteriën zijn, zoals in je darmen, op je huid en in de natuur. Er zijn fagen die alleen de bacterie binnendringen, en er bestaan fagen die een bacterie kunnen vernietigen. Wil je daar wat meer over weten: www.rivm.nl/bacteriofagen

De gedachte achter de fagentest voor de Borrelia bacterie is, dat door in het bloed de fagen te achterhalen, de daaraan gekoppelde bacterie te detecteren is. De test kan gedaan worden op bloed, maar ook op lumbaalvocht, urine en weefsel. De ontwikkelaars claimen dat de test gevoeliger is dan de standaard Borrelia PCR test. De test is alleen bedoeld om een actieve infectie aan te tonen.

Alle ziekmakende Borrelia soorten bevatten minimaal één zogenoemde pro-faag. Dit is een faag die niet als virusdeeltje aanwezig is, maar is geïntegreerd in het erfelijk materiaal van de Borrelia bacterie. In de praktijk is er geen duidelijk onderscheid tussen profaag en faag. De profaag kan door externe omstandigheden of bepaalde medicijnen geactiveerd worden en zich vermenigvuldigen.

Of de fagentest een Borrelia specifieke profaag detecteert is tot nu toe onduidelijk, want er wordt bij de test een PCR test gebruikt om een meer algemeen stukje erfelijk materiaal van bacteriofagen aan te tonen. Om die redenen is zowel ‘specificiteit' (dat het om de Borrelia bacterie gaat en welke) als ‘het aantonen van actieve infectie’ van deze test zeer dubieus. Zie ook de wetenschappelijke publicatie van 15 maart 2021.

De fagentest is een kostbare, nog weinig gangbare test en verkeert nog in een experimentele fase. Voor de Borrelia bacterie wordt deze test alleen aangeboden door een laboratorium in België en niet vergoed door zorgverzekeraars. De test is niet gevalideerd en er is een reëele kans op fout-positieve resultaten. Meer gedegen wetenschappelijk onderzoek is dus gewenst! We volgen de ontwikkelingen met belangstelling.

Samenvattend over de testen voor de ziekte van Lyme

Geen enkele Lymetest geeft absolute duidelijkheid en testresultaten zijn soms moeilijk te beoordelen. Zelfs als er goede testprocedures worden gebruikt, kan de uitkomst nog onterecht negatief zijn. Met name bij de antistoffentesten hoeft een positieve test nog niet te betekenen dat de patiënt ziek/besmet is.

Er is een dringende noodzaak aan betrouwbare (gevoelig en specifiek), gevalideerde en gestandaardiseerde tests voor de ziekte van Lyme, wat op dit moment nog ontbreekt. Niet alleen om de diagnose te stellen, maar ook om de ziekte te kunnen volgen en het effect van de behandeling te kunnen meten.

Lees meer over testen en testproblematiek in Waarom is er geen betrouwbare test voor de ziekte van Lyme? door Niek Haak.

Laboratoria voor testen op Lyme en andere tekenbeetziekten

Onderstaande commerciële laboratoria bieden verschillende tests aan op de ziekte van Lyme en andere tekenbeetziekten. Deze lijst van laboratoria is niet volledig. Bij gebruik van laboratoria anders dan van je huisarts of ziekenhuis, zullen resultaten door medici in het reguliere circuit en verzekeraars meestal genegeerd worden en de (vaak hoge) kosten voor eigen rekening komen. Het is aan te raden je eerst te laten testen via je huisarts of het ziekenhuis en pas wanneer dit geen duidelijkheid biedt aanvullende testmethodes te gebruiken of je symptomen en respons op proefbehandeling de doorslag te laten geven.

Prohealth in Weert, Nederland https://www.prohealth.nl/

IMD Berlin in Berlijn, Duitsland https://www.imd-berlin.de/labor.html

Arminlabs in Augsburg, Duitsland https://arminlabs.com/nl

Innatoss in Oss, Nederland www.innatoss.com/nl/

NL-lab New Light Analytics, Nederland https://nl-lab.nl/lyme/

Redlabs, België https://redlabs.be/

Igenex, Verenigde Staten https://igenex.com/

Galaxy Diagnotics, Verenigde Staten https://www.galaxydx.com/

Ben je geholpen met bovenstaande informatie?

We hopen van harte dat je (een beetje) geholpen bent met bovenstaande informatie.

Stichting Tekenbeetziekten kan alleen maar bestaan bij gratie van donateurs. Je zou ons ernom helpen door een kleine gift over te maken middels onderstaande QR-code!
Waarvoor alvast heel erg veel dank!

DONEER HIER
Laatst gewijzigd: 13 okt. 2021