Tekenencefalitisvirus TBE/FSME


Op deze pagina kom je meer te weten over het TBE-virus.

Wat is het teken-encefalitisvirus?

Het teken-encefalitisvirus (TBE-virus) is een virusinfectie die je door een tekenbeet kan oplopen. Deze tekenbeetziekte kan ernstige hersenontsteking (encefalitis) veroorzaken. Het TBE-virus komt in Nederland heel weinig voor, maar het aantal mensen dat deze ziekte oploopt neemt toe in zowel Nederland als de rest van Europa. In het Engels wordt de ziekte Tick-Borne Encephalitis (TBE) genoemd en in het Duits Frühsommer Meningoenzephalitis (FSME).

Het TBE-virus bevindt zich in het speeksel van een besmette teek. Als je door deze teek gebeten wordt, vindt besmetting dan ook binnen enkele minuten via de speekseloverdracht plaats. Hierdoor is het onvermijdelijk dat je bij de tekenbeet het virus oploopt.

Dit verschilt van de ziekte van Lyme waarbij het risico op besmetting toeneemt naarmate een met de Lyme-bacterie besmette teek langer (uren tot dagen) in de huid zit vastgebeten. Bij de ziekte van Lyme verklein je het risico door de teek op de juiste manier en snel te verwijderen.

Het TBE-virus kan door teken in alle levensstadia worden overgebracht: teken-larven (0,5-1 mm), teken-nimfen (1-1,5 mm) en volwassen teken (3-10 mm). Lees hier meer over de teek.

Hoewel TBE in de meeste gevallen door een tekenbeet wordt veroorzaakt, kan de inname van besmette rauwe melkproducten uit risicogebieden soms ook tot TBE leiden. Ook zijn incidentele gevallen beschreven van besmetting via bloedtransfusies, via orgaantransplantaties en bij slagers na het slachten van besmette geiten.

Voor alle tekenbeetziekten geldt: probeer een tekenbeet te voorkomen! Neem voorzorgsmaatregelen bij verblijf in de natuur! In gebieden waar dit virus heerst laten mensen zich inenten. Je leest onderaan deze pagina meer over het vaccin.

Waar en hoe vaak komt TBE voor?

In Nederland komt TBE heel weinig voor. Op dit moment worden er slechts enkele gevallen per jaar gemeld en tot 2016 waren er geen gevallen bekend als gevolg van tekenbeten in Nederland. In België liep in 2018 de eerste persoon TBE op als gevolg van een tekenbeet in België.

Er zijn ieder jaar mensen die TBE oplopen tijdens hun zomervakantie in bijvoorbeeld Zuid-Duitsland, Oostenrijk of Zweden. In Midden- en Oost-Europa en Noord-Azië is de ziekte al veel langer bekend en heeft het een significante impact op de volksgezondheid.

In Midden-Europa varieert het aantal met TBE besmette teken gemiddeld van minder dan 0,1 tot 5%. Net als andere tekenbeetziekten komt ook TBE steeds vaker voor. Het aantal teken en zoogdieren dat het virus bij zich draagt neemt toe en het virus breidt zich uit naar steeds meer landen en regio’s. In de risicogebieden van Europa (waarvan je onderaan deze pagina een kaart kunt vinden) is het aantal mensen bij wie TBE is vastgesteld in de laatste 30 jaar zelfs verviervoudigd. Duitsland meldde in 2020 meer dan 620 gevallen, een record!

Aangezien er in Nederland, in tegenstelling tot veel andere landen, (nog) geen nationale meldingsplicht voor deze ziekte geldt, zal het werkelijke aantal besmettingen per jaar vermoedelijk hoger zijn dan nu wordt gemeld.

Het RIVM houdt momenteel wel bij hoeveel mensen ernstig ziek worden door een in Nederland opgelopen infectie met het TBE-virus, waar het virus is aangetoond in teken of wilde dieren en waar antistoffen tegen het virus zijn aangetoond in wilde dieren. Dit wordt aangegeven op onderstaande afbeelding.

Je ziet de Utrechtse Heuvelrug, de Sallandse heuvelrug, Twente en de Achterhoek, waar ongeveer 1 op de 1500 teken besmet is met het TBE-virus.

Welke variant van het TBE-virus hebben we in Nederland?

Er zijn verschillende subtypen van het TBE-virus. Wij hebben te maken met het Europese subtype, dat voorkomt in West- en Midden-Europa en wordt overgedragen door de Ixodes ricinus teek (schapenteek of gewone teek). Dit is de meest voorkomende teek in Nederland. Het Europese subtype is daarnaast ook aangetroffen in de Dermacentor teek en de Haemaphysalis teek.

In Rusland en het Verre Oosten komen subtypen voor die door de Ixodes persulcatus teek worden overgedragen. Dit zijn het Siberische subtype en het Far Eastern subtype. Hiervan is het Far Eastern subtype van het TBE-virus het meest ernstig met een sterfterisico van 5 tot 35%.

De gebieden hebben enige overlap waar de verschillende tekensoorten en subtypen van het TBE-virus naast elkaar voorkomen. We beperken onze informatie hier tot de Europese variant.

Wat zijn de symptomen van TBE?

De symptomen van TBE verschillen per persoon in ernst en duur: van geen of milde tot zeer ernstige klachten en van kortdurend tot chronisch. Enkele patiënten met zeer ernstige symptomen kunnen aan TBE overlijden, maar dit is zeldzaam (1 tot 2% van de patiënten).

Taartdiagram TBE-patiënten 66% geen klachten, 25% eerste fase, 7% tweede fase, 2% overlijdt

Het merendeel van de mensen krijgt geen of slechts milde klachten. Echter, bij 1 op de 3 kan het ziektebeeld zich in twee fasen ontwikkelen:

Fase 1:
Deze fase kenmerkt zich, net als bij veel andere tekenbeetziekten, door griepachtige verschijnselen die 2 tot 28 dagen (meestal 7 tot 14 dagen) na de beet ontstaan. Bij infectie door inname van besmette rauwe melkproducten treden de klachten sneller op. De klachten van de eerste fase houden 2 tot 10 dagen aan. Veelvoorkomende klachten zijn:

  • algemeen ziek voelen
  • (milde) koorts
  • vermoeidheid en lichaamszwakte
  • spier- en gewrichtspijn
  • hoofdpijn
  • misselijkheid en braken
  • buikpijn en diarree

Fase 2:
Bij een klein deel van de patiënten ontwikkelt de ziekte zich verder naar een tweede fase. Na 1 tot 21 dagen (gemiddeld een week) zonder klachten, ontstaat opnieuw koorts en wordt het centraal zenuwstelsel aangetast. Er kunnen hersenvliesontsteking (meningitis), hersenontsteking (encefalitis), een ontsteking van het ruggenmerg (myelitis), of combinaties hiervan ontstaan. Hiervoor is ziekenhuisopname nodig. Als gevolg van deze ontstekingen kunnen de volgende klachten ontstaan:

  • (hoge) koorts
  • hevige hoofdpijn
  • verstoorde beweging (ataxie)
  • spier- en gewrichtspijn
  • niet tegen licht kunnen
  • verlammingen en zenuwuitval
  • verminderd bewustzijn, slaperigheid en desoriëntatie
  • cognitieve problemen
  • slaapstoornissen
  • gehoorproblemen
  • slik- en spraakproblemen (afasie)
  • problemen met zien
  • krampaanvallen
  • duizeligheid
  • misselijkheid en braken
  • buikpijn, constipatie en diarree
  • beven van armen en benen
  • nekpijn en -stijfheid
  • verstoord evenwicht
  • veranderingen in persoonlijkheid en gedrag
  • overprikkeling
  • vermoeidheid
  • emotionele labiliteit, angst en depressie
  • autonome dysregulatie
  • in zeldzame gevallen epilepsie, toevallen en coma

Een verhoogd risico op een ernstig verloop is gerelateerd aan leeftijd (boven de 50 jaar neemt het risico toe) en geslacht (bij mannen verloopt de infectie vaker ernstiger dan bij vrouwen). Daarnaast kun je bij een tekenbeet meerdere infecties tegelijk oplopen. Als TBE tegelijk optreedt met de ziekte van Lyme, kan het verloop ernstiger zijn.

Wat zijn de chronische klachten na TBE?

Tot bijna de helft van de patiënten houdt na het doormaken van de ernstige tweede fase van TBE langdurige of blijvende neurologische klachten. Dit wordt een post-encefalitisch syndroom genoemd.

De chronische klachten variëren van persoon tot persoon in ernst en duur. Alle bovengenoemde klachten (met uitzondering van de koorts) kunnen aanhouden, waaronder ook ernstige verlammingen.

Veel van deze patiënten ervaren een slechte kwaliteit van leven. Met langdurige (neuro)revalidatie, fysiotherapie en logopedie kunnen sommige klachten bij een deel van de patiënten verbeteren.

Voor klachten die langer aanhouden dan een jaar geldt een slechte prognose. Schade opgelopen door encefalitis valt onder de noemer Niet-aangeboren Hersenletsel (NAH).

Hoe wordt de diagnose gesteld?

De diagnose van TBE is gebaseerd op het complete beeld van verblijf in de natuur in gebieden waar het virus heerst, opgelopen tekenbeten of consumptie van rauwe melkproducten, symptomen (niet-specifiek) en tests op bloed en hersenvocht (ontstekingsaanwijzingen, (toename van) antistoffen en PCR).

Na het oplopen van de infectie duurt het 3 tot 6 weken voordat antistoffen in het bloed aantoonbaar zijn. Er zijn kruisreacties mogelijk met andere infecties uit dezelfde virusfamilie, waaronder gelekoortsvirus, denguevirus (knokkelkoorts), westnijlvirus en zikavirus.

Het TBE-virus komt in Nederland heel weinig voor en de eerdergenoemde klachten kunnen ook bij andere ziekten optreden, ze zijn niet specifiek voor TBE. Mede hierdoor is het herkennen van symptomen en het stellen van de diagnose voor artsen lastig, ook al omdat 30 tot 60% van de patiënten de tekenbeet niet heeft opgemerkt.

Bij zowel het TBE-virus als de ziekte van Lyme kan de infectie zich bij een klein deel van de patiënten uitbreiden naar het centraal zenuwstelsel waardoor ernstige neurologische klachten ontstaan. Beide infecties kunnen dan leiden tot hersen(vlies)ontsteking, ontsteking van het ruggenmerg en ernstige verlammingen. Bij de ziekte van Lyme wordt dit neuroborreliose genoemd.

Er zijn ook verschillen tussen TBE en neuroborreliose die kunnen helpen bij de diagnose. Zo komen bij TBE acute verslechtering en hoge koorts vaak voor terwijl dit bij neuroborreliose niet veel gebeurt. Bij volwassenen met neuroborreliose staat juist een pijnlijke ontsteking van een zenuwwortel (radiculitis) met uitstralende pijn in been of arm vaak op de voorgrond (wat kan voelen als hernia, ischias of carpaal tunnel syndroom). Met daarbij vaak tintelingen, dove plekken, prikkelingen en een brandend gevoel. Bij kinderen met neuroborreliose komt deze ontsteking van een zenuwwortel minder vaak voor. Lees hier meer over de symptomen van de ziekte van Lyme.

Wat is de behandeling van TBE?

Helaas bestaat er op dit moment geen behandeling voor het TBE-virus als je de infectie hebt opgelopen. Antibiotica hebben geen effect bij virussen, je eigen afweersysteem moet het virus bestrijden. De symptomen kunnen enigszins worden verzacht met bijvoorbeeld pijnstillers.

Kan je het virus opnieuw krijgen?

Nadat je het TBE-virus hebt gehad, blijven antistoffen levenslang in je lichaam aanwezig. Er treedt natuurlijke immuniteit op waardoor je het virus niet opnieuw kan krijgen.

Moet ik me tegen het TBE-virus laten vaccineren?

In gebieden waar TBE veel voorkomt wordt op grote schaal tegen deze ziekte gevaccineerd. In Nederland wordt vooralsnog aanbevolen om vaccinatie alleen te overwegen wanneer je tijdens het tekenseizoen (voorjaar, zomer en herfst) naar een risicogebied reist en je daarbij in de natuur verblijft.

Neem voor meer informatie en persoonlijk advies over vaccinatie contact op met het landelijk coördinatiecentrum reizigersadvisering of met de afdeling reisvaccinaties van de GGD.

Er bestaan verschillende vaccins tegen het TBE-virus, deze vaccins bieden 95 tot 100% bescherming. Bij het vaccin dat in Nederland beschikbaar is (FSME-Immun) bestaat het volledige inentingsprogramma uit 3 doses verspreid over minimaal 6 maanden (begin dus op tijd!). Je bent dan voor 3 jaar beschermd.

In andere landen wordt ook het Encepur vaccin gebruikt. Bij Encepur kan naast een standaard inentingsprogramma ook een verkort snelprogramma uitgevoerd worden met 3 doses verspreid over 3 weken. Je bent dan voor 1 tot 1,5 jaar beschermd.

Het vaccin biedt bescherming tegen alle subtypen van het TBE-virus. Het beschermt niet tegen andere tekenbeetziekten.

Als recreant in de natuur of als groenwerker loop je verhoogd risico op een tekenbeet. Neem altijd preventieve maatregelen!

Wat zijn de risicogebieden in Europa?

Op onderstaande kaart uit 2020 wordt aangegeven in welke landen en gebieden in Europa risico bestaat op besmetting met het TBE-virus. De hoogte van het risico verschilt echter per land, per regio, per jaar en per tijd van het jaar (het hoogste risico is van april tot november). In Midden-Europa varieert het aantal met TBE besmette teken gemiddeld van minder dan 0,1 tot 5%. Daarbij bestaan er nog plaatselijke TBE-haarden waar het risico hoger is.

Kaart van TBE risicogebieden in Europa

Op de kaart worden de volgende risicogebieden aangegeven:

  • Albanië (vermoedelijk)
  • Bosnië en Herzegovina
  • Bulgarije, bepaalde gebieden
  • Duitsland, vooral het zuiden
  • Estland
  • Finland, bepaalde gebieden
  • Hongarije
  • Italië, klein gebied in noord-oosten
  • Kosovo
  • Kroatië
  • Letland
  • Liechtenstein
  • Litouwen
  • Montenegro (vermoedelijk)
  • Moldavië (vermoedelijk)
  • Noord-Macedonië (vermoedelijk)
  • Noorwegen, de kust
  • Oekraīne
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Roemenië, bepaalde gebieden
  • Rusland
  • Servië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Tsjechië
  • Verenigd Koninkrijk, een klein gebied
  • Wit-Rusland
  • Zweden, het zuiden
  • Zwitserland

Bekijk hier de kaart als pdf: iswtbe.com/wp-content/uploads/2020/09/TBE-Endemic-Risk-Map-2020.pdf

Het European Centre for Disease prevention and Control (ECDC) publiceert jaarlijks een epidemiologisch rapport van het aantal mensen dat TBE oploopt. De rapporten kun je hier bekijken: www.ecdc.europa.eu/en/tick-borne-encephalitis/surveillance-and-disease-data/annual-epidemiological-report

Voor 2018 werd de volgende kaart samengesteld met in de donkerste gebieden het hoogste percentage TBE-patiënten:

Kaart van Europa met het aantal TBE-patiënten per 100.000 inwoners per land

Ervaring van een patiënt

Erika liep TBE op tijdens haar vakantie, thuis werd het erger en belandde ze zelfs in coma. Het virus heeft bij haar hersenletsel veroorzaakt, ze kampt 13 jaar later nog dagelijks met de gevolgen. Je leest hier haar verhaal: www.hersenletsel-uitleg.nl/ermee-omgaan/ervaringsverhalen-blogs/verhalen-van-mensen-met-nah/erika-fsme

Opvallende berichten in de media

Eerste patiënt met teken-encefalitis in Nederland aangetroffen, 30-06-2016.
www.rivm.nl/nieuws/patient-ziek-door-teken-encefalitisvirus


Kom je in de natuur, neem dan altijd maatregelen om tekenbeten te voorkomen! Loop je ondanks dat toch een tekenbeet op verwijder deze dan op de correcte manier en zo snel mogelijk. In onze webshop zijn veilige tekenverwijderaars te koop.

Meer informatie over de ziekte van Lyme.
Meer informatie over andere door teken overdraagbare ziekten.

Aangepast: 6 november 2020